121
NEDERLANDS
grondplaat vastklikt op 22,5 graad en op 45 graden. Zet, als
één van deze standen de gewenste hoek is, de hendel
8
vast
door de hendel omlaag te brengen. Als u een andere hoek
wilt instellen, kantelt u de grondplaat verder totdat de grove
aanwijzer
31
van de afschuinhoek of de fijne aanwijzer
30
van
de afschuinhoek tegenover het gewenste merktekenstaat.
Indicator zaaglengte (Afb.J)
De markeringen aan de zijkant van de grondplaat
11
tonen
de lengte van de sleuf die in het materiaal wordt gezaagd bij
de volledige zaagdiepte. De markeringen geven stappen van
5mmaan.
De Parallelle Langsgeleiding monteren en
afstellen (Afb.K)
De parallelle langsgeleiding
33
wordt gebruikt voor het zagen
parallel aan de rand van hetwerkstuk.
Monteren
1. Zet de afstellingsknop van de langsgeleiding
32
wat losser
zodat de parallelle langsgeleiding kanpasseren.
2. Steek de parallelle langsgeleiding
33
in de grondplaat
11
,
zoals wordtafgebeeld.
3. Zet de afstellingsknop van de langsgeleiding
32
vast.
Afstellen
1. Draai de afstellingsknop van de langsgeleiding
32
los
en zet de parallelle langsgeleiding
33
op de gewenste
breedte. U kunt de afstelling aflezen van de schaalverdeling
van delangsgeleiding.
2. Zet de afstellingsknop van de langsgeleiding
32
vast.
Het mondstuk van de stofafzuiging
monteren (Afb.A,F,L)
De cirkelzagen van het type DCS578/DCS579 worden geleverd
met een poort voorstofafzuiging.
DE POORT VOOR STOFAFZUIGING INSTALLEREN
1. Maak de hendel voor de afstelling van de zaagdiepte
25
helemaallos.
2. Plaats de grondplaat
11
in de laagstepositie.
3. Houd de linkerhelft van de poort voor de stofafzuiging
34
tegenover de bovenste zaagbladbeschermkap
15
, zoals
wordt afgebeeld. Het is belangrijk dat u de nok in de
uitsparing op het gereedschap steekt. Wanneer u dit op
juiste wijze uitvoert, zal het mondstuk geheel over de
oorspronkelijke diepte van de zaagsnedeaanwijzerklikken.
4. Zet het rechtergedeelte tegenover hetlinker.
5. Plaats de schroeven en draai ze stevigvast.
Geleiderailsysteem (Afb.M)
DCS579
Met behulp van geleiderails, als accessoires in verschillende
lengte verkrijgbaar, kunt u met de cirkelzaag nauwkeurige,
rechte en schone zaagsneden maken en tegelijkertijd het
oppervlak van het werkstuk beschermen tegen beschadiging.
In combinatie met aan te schaffen accessoires kunt u met het
geleiderailsysteem nauwkeurig onder een hoek en in verstek
zagen en installatiewerkuitvoeren.
Er zijn klemmen
37
leverbaar waarmee u de geleiderail
35
kunt vastzetten op het werkstuk
36
(Afb.M). Door middel
van deze klemmen
37
kunt u de geleiderail
35
stevig op
het werkstuk
36
bevestigen en veilig werken. Wanneer u de
geleiderail eenmaal op de zaaglijn hebt ingesteld en stevig
op het werkstuk hebt bevestigd, zal het werkstuk niet kunnen
verschuiven tijdens hetzagen.
BELANGRIJK: De schaalverdeling voor de instelling van de
hoogte is ingesteld voor gebruik van de zaag zonder een
geleiderail. Wanneer u de zaag op de geleiderail gebruikt, zal het
verschil in hoogte ongeveer 5,0 mmzijn.
De cirkelzaag op de geleiderail (Afb.A,N)
U bereikt de beste zaagresultaten wanneer de ruimte tussen de
cirkelzaag en de geleiderail (Afb.N,
35
) heel klein is. Hoe kleiner
deze ruimte is, des te beter is de afwerking van de zaaglijn op
hetwerkstuk.
De ruimte kan worden ingesteld met de twee
railaanpassingen
19
20
(Afb.A) voor elk kanaal in de grondplaat,
voor zagen op 0°
19
en voor schuin afzagen op 1 - 45°
20
. De
railaanpassingen zijn precisienokken door middel waarvan de
ruimte tussen het gereedschap en de geleiderail kan worden
verminderd. Wanneer u deze aanpassingen hebt ingesteld,
wordt zijdelingse verplaatsing van de zaag tijdens het zagen
tot een minimum beperkt terwijl het zagen gelijkmatig kan
wordenuitgevoerd.
OPMERKING: De aanpassingen zijn in de fabriek op de
minimale ruimte ingesteld en zullen misschien moeten worden
aangepast voordat u met het gereedschap aan de slag kunt.
Volg deze instructies voor het instellen van de cirkelzaag op
degeleiderail.
DENK ERAAN: Stel de railaanpassingen op de zaag in op
degeleiderail.
1. Maak de schroef binnen in de railaanpassing los zodat
aanpassing tussen de zaag en de geleiderail mogelijkwordt.
2. Trek de onderste beschermkap terug en plaats het
gereedschap op de geleiderail, let er daarbij op dat het
zaagblad in de hoogste positiestaat.
3. Draai de aanpassing tot de zaag op de geleiderail wordt
vergrendeld
BELANGRIJK: Controleer dat de zaag stevig op de rail is
bevestigd door te proberen de zaag naar voren te duwen.
Het is belangrijk dat de zaag niet kanverschuiven.
4. Draai de aanpassing wat naar achteren totdat de zaag
gemakkelijk langs de railschuift.
5. Houd de railaanpassing op zijn plaats en draai de schroef
weervast.
OPMERKING: Pas het systeemALTIJD aan voor gebruik op
andererails.
De railaanpassingen zijn nu zo ingesteld dat zijdelingse
afwijking bij het werken met de zaag op de geleiderail tot een
minimum wordtbeperkt.