72
NEDERLANDS
• Gebruik geen HIGH SPEED-stalenzaagbladen.
• Gebruik geen gescheurde of beschadigdezaagbladen.
• Gebruik geen schurende schijven ofdiamantschijven.
• Werk alleen met zaagbladen waarvan de vermelde snelheid ten minste
gelijk is aan de snelheid die op de zaag staatvermeld.
• Gebruik uw zaag nooit zonder dezaagplaat.
• Til het zaagblad uit de zaagsnede in het werkstuk voordat u de
schakelaarloslaat.
• Controleer voor iedere zaagsnede dat de machine stabielis.
• Zet niet iets vast tegen de ventilator om de motoras vast tezetten.
• De zaagbladbeschermkap op uw zaag zal opengaan wanneer u op de
vrijgavehendel
2
van de beschermkapduwt.
• Breng nooit de zaagbladbeschermkap met de hand omhoog als de zaag
niet is uitgeschakeld. U kunt de beschermkap met de hand omhoog
brengen wanneer u zaagbladen monteert of verwijdert of als u de zaag
wiltinspecteren.
• Controleer zo nu en dan dat de luchtsleuven van de motor schoon zijn en
dat er geen spaanders inzitten.
• Vervang de zaagplaat wanneer deze versletenis.
• Haal de accu uit de machine voordat u onderhoudswerk uitvoert of het
zaagbladverwisselt.
• Voer nooit schoonmaak- of onderhoudswerkzaamheden uit wanneer de
machine nog loopt en de kop niet in de ruststandstaat.
• Wanneer de machine is voorzien van een LED, is het monteren van een
LED van een ander type niet toegestaan. Reparaties mogen alleen worden
uitgevoerd door de fabrikant of door een officiële reparateur.
• Sluit de zaag aan op een stofopvangapparaat wanneer u hout zaagt.
Houd altijd rekening met factoren die van invloed zijn op de blootstelling
aan stof, zoals:
ʵ type materiaal dat moet worden bewerkt (spaanplaat produceert
meer stof dan hout);
ʵ scherpte van het zaagblad;
ʵ juiste afstelling van het zaagblad,
ʵ stofafzuiging met luchtsnelheid van niet minder dan 20 m/s.
Controleer dat de lokale afzuiging en ook kappen, schermen en kokers goed
zijnafgesteld.
• Houd rekening met de volgende factoren die van invloed zijn bij de
blootstelling aan lawaai:
ʵ gebruik zaagbladen die zo zijn ontworpen dat zij minder lawaai
maken;
ʵ gebruik alleen goede, scherpe zaagbladen;
• De machine moet regelmatig worden onderhouden;
• Zorg voor voldoende algemene en plaatselijke verlichting;
• Het is belangrijk dat de gebruiker voldoende getraind is in het gebruik, de
aanpassing en de bediening van de machine;
• Let erop dat eventuele tussenringen en asringen geschikt zijn voor het doel
dat in deze handleiding wordtvermeld.
• Verwijder geen uitgezaagde of andere delen van het werkstuk uit
het zaaggebied terwijl de machine loopt en de zaagkop niet in
rustpositiestaat.
• Zaag nooit werkstukken korten dan 150mm.
• Zonder aanvullende ondersteuning is de machine bedoeld voor een
maximaal werkstukformaat van:
ʵ Hoogte 60 mm bij breedte 270 mm bij lengte 500 mm
ʵ Langere werkstukken moeten worden ondersteund door een geschikte
aanvullende tafel, bijv. DE7023. Klem het werkstuk altijd stevigvast.
• In het geval van een ongeval of van storing van de machine moet u de
machine onmiddellijk uitschakelen en de accu uit de machinenemen.
• Rapporteer de storing en breng een geschikte aanduiding op de
machine aan zodat andere mensen niet zullen proberen de niet (goed)
functionerende machine tegebruiken.
• Wanneer het zaagblad is geblokkeerd als gevolg van abnormale
aanvoerdruk tijdens het zagen, zet de machine dan uit en trek de stekker
uit het stopcontact. Verwijder het werkstuk en zorg voor vrijloop van het
zaagblad. Zet de machine aan en start de zaagwerkzaamheden weer met
verminderdeaanvoerdruk.
• Zaag nooit een lichte legering, vooral nietmagnesium.
• Monteer, wanneer de situatie dat toelaat, de machine op een werkbank
met bouten van een diameter van 8mm en een lengte van 80mm.
Overige risico’s
De volgende risico’s horen bij het gebruik van zagen:
• letsel dat wordt veroorzaakt door het aanraken van draaiende delen
Ondanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het
toepassen van veiligheidsapparaten kunnen sommige overige risico’s niet
worden vermeden. Dit zijn:
• Gehoorbeschadiging.
• Risico van ongelukken veroorzaakt door onbedekte delen van het
roterendezaagblad.
• Risico van letsel bij het verwisselen van het onbeschermdezaagblad.
• Risico van het knellen van vingers bij het openen van debeschermkappen.
• Gezondheidsrisico’s door het inademen van stof dat ontstaat bij het zagen
van hout, vooral eikenhout, beukenhout enMDF.
De volgende factoren verhogen het risico van ademhalingsproblemen:
• Geen stofafzuiging bevestigd wanneer u hout zaagt
• Onvoldoende stofafzuiging doordat uitlaatfilters niet zijn gereinigd
Elektrische veiligheid
De elektrische motor is slechts voor één voltage ontworpen. Controleer
altijd of het voltage van de accu overeenkomt met het voltage op het
typeplaatje. Zorg er ook voor dat het voltage van uw oplader overeenkomt
met dat van uwstroomvoorziening.
Uw
oplader is dubbel geïsoleerd in overeenstemming
met EN60335; daarom is geen aardingnodig.
Als het stroomsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen
door een speciaal geprepareerd snoer dat leverbaar is via het
servicecentrum.
Een verlengsnoer gebruiken
U dient geen verlengsnoer te gebruiken, tenzij dit absoluut noodzakelijk
is. Gebruik een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor de
stroominvoer van uw oplader (zie Technische gegevens). De minimale
geleidergrootte is 1mm
2
; de maximale lengte is 30m.
Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af terollen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Laders
laders hoeven niet te worden afgesteld en zijn zo ontworpen dat
zij zeer gemakkelijk in het gebruikzijn.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle
acculaders
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES: Deze handleiding bevat belangrijke
instructies voor de veiligheid en voor de bediening van geschikte
batterijladers (raadpleeg Technische Gegevens).
• Lees voordat u de lader gebruikt, alle instructies en aanwijzingen voor de
veiligheid op de lader, de accu en het product dat de accugebruikt.
WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Laat geen vloeistof
in de lader dringen. Dit zou kunnen leiden tot een elektrischeschok.
WAARSCHUWING: Wij adviseren een aardlekschakelaar met een
reststroomwaarde van 30mA of minder tegebruiken.
VOORZICHTIG: Gevaar voor brandwonden. Beperk het risico van
letsel, laad alleen oplaadbare accu’s op van het merk
. Andere