EasyManua.ls Logo

Fora ACTIVE P30 Plus Series - Page 78

Fora ACTIVE P30 Plus Series
126 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Handleiding ACTIVE P30 Plus-serie
NL-9
Bloeddrukmeting
Symptoom Oorzaak Wat te doen
Na het indrukken
van wordt niets
weergegeven.
Batterijen leeg.
Vervang de
batterijen.
De batterijen
zijn verkeerd
geïnstalleerd of
er is geen batterij
geïnstalleerd.
Controleer of de
batterijen correct
zijn geïnstalleerd.
De hartslag is
hoger/lager dan het
gemiddelde van de
gebruiker.
Beweging tijdens
meting.
Meting herhalen.
De meting is direct
na een training
genomen.
Rust minstens 30
minuten voordat u
de meting herhaalt.
Het resultaat is
hoger/lager dan de
gemiddelde meting
van de gebruiker.
Mogelijk niet in de
correcte positie
tijdens de meting.
Neem de juiste
positie aan voor de
meting.
De bloeddruk
varieert af en toe op
natuurlijke wijze.
Denk hieraan voor
de volgende meting.
De manchet blaast
weer op tijdens het
meten.
De manchet is niet
vastgemaakt.
Maak de manchet
opnieuw vast.
Als de bloeddruk van de gebruiker hoger
is dan de druk die het apparaat heeft
opgeblazen, verhoogt het apparaat de
bloeddruk automatisch en blaast hij
opnieuw op. Blijf ontspannen en wacht op
de meting.
Referentiewaarden
Bloeddruk
De menselijke bloeddruk verhoogt op natuurlijke wijze na het
bereiken van de middelbare leeftijd. Dit symptoom is een resultaat
van de continue veroudering van de bloedvaten. Andere oorzaken
omvatten diabetes, gebrek aan oefening en cholesterol (LDL)
die zich vasthecht aan de bloedvaten. Een verhoogde bloeddruk
versnelt de verharding van de aders en het lichaam wordt
gevoeliger voor beroerten en hartinfarcten.
Denities en classicatie van bloeddrukniveaus volgens 2007
ESH-ESC Praktijkrichtlijnen voor de behandeling van arteriële
hypertensie:
Categorie Systolisch Diastolisch
Optimaal < 120 mmHg en < 80 mmHg
Normaal 120 -129 mmHg en/of 80 -84 mmHg
Hoog normaal 130 -139 mmHg en/of 85 -89 mmHg
Graad 1 hypertensie 140 -159 mmHg en/of 90– 99 mmHg
Graad 2 hypertensie 160 -179 mmHg en/of 100 -109 mmHg
Graad 3 hypertensie ≥ 180 mmHg en/of ≥ 110 mmHg
Geïsoleerde
systolische
hypertensie
≥ 140 mmHg en < 90 mmHg
Geïsoleerde systolische hypertensie worden geclassiceerd in
graden (1, 2, 3) volgens de systolische bloeddrukwaarden in de
aangegeven bereiken, op voorwaarde dat de diastolische waarden
< 90mmHg zijn.

Table of Contents

Related product manuals