Pos. Beschrijving Pos. Beschrijving
JP3 Molex-aansluiting encoder OPEN Signaalled ingang OPEN
F1 Zekering voedingscircuit 230/115Vac CLOSE Signaalled ingang CLOSE
F5 Zekering voedingscircuit motor DL6 Signaalled radio-ingang OPEN/CLOSE
P1 Knop selectie parameter DL7 Signaalled radio-ingang OPEN
P2 Knop instellen parameters LCD Weergavedisplay
RESET Resetknop
5. AANSLUITINGEN EN WERKING
5.1. KLEMMENBORD CN1
5.1.1. voeding (Fig. 2)
Klemmen “1 & 2”. Op deze klemmen moeten de twee draden afkomstig van het voedingsnet van 230 Vac of 115 Vac worden
aangesloten. Het is beter de neutrale draad op klem “2” en de fase op klem “1” aan te sluiten.
5.1.2. AArding (Fig. 2)
Klem “ ”. Sluit op deze klem de geel-groene kabel van de voedingslijn aan.
Deze aansluiting is absoluut noodzakelijk voor een correcte werking van de besturingseenheid.
5.2. KLEMMENBORD CN2
5.2.1. motor (Fig. 3)
Klemmen “4 & 5”. Uitgang 24 Vdc. Sluit op deze klemmen de voedingskabels van de motor aan. In de onderstaande tabel
wordt de aansluitvolgorde van de motorkabels weergegeven afhankelijk van het type installatie:
Type installatie
Kleur kabels
Klem 4 Klem 5 5
Installatie links (de boom daalt rechts van de aandrijving) Blauw Bruin
Installatie rechts (de boom daalt links van de aandrijving) Bruin Blauw
5.2.2. eindschAkelAAr voor het openen FcA (Fig. 3)
Klem “ “6“. Sluit op deze klem de draad van het N.C.-contact van de eindschakelaar voor het openen aan. Als dit contact
wordt geactiveerd, kan worden bepaald wanneer de boom open is. De status van deze ingang wordt gesignaleerd door
de led FCA.
5.2.3. gemeenschAppelijk contAct eindschAkelAAr com (Fig. 3)
Klem “ “7”. Sluit op deze klem de draden van het gemeenschappelijke contact van de twee eindschakelaars FCA en FCC aan..
Op deze ingang mag uitsluitend het gemeenschappelijk contact van de twee eindschakelaars worden aangesloten.
Gebruik het niet als negatief contact voor andere accessoires.
5.2.4. eindschAkelAAr voor het sluiten Fcc (Fig. 3)
Klem “ “8”. Sluit op deze klem de draad van het N.C.-contact van de eindschakelaar voor het sluiten aan. Als dit contact wordt
geactiveerd, kan worden bepaald wanneer de boom gesloten is. De status van deze ingang wordt gesignaleerd door de
led FCC.
De twee eindschakelaars FCC en FCA worden alleen gebruikt om de positie van de arm te bepalen.
Voor de werking van de besturingseenheid is het absoluut noodzakelijk dat beide eindschakelaars zijn aangesloten.
In de onderstaande tabel wordt de aansluitvolgorde van de kabels van de eindschakelaars weergegeven afhankelijk van
het type installatie:
Type installatie
Kleur kabels
Klem 6 Klem 7 7 Klem 8 8
Installatie links (de boom daalt rechts van de aandrijving) Bruin Blauw Zwart
Installatie rechts (de boom daalt links van de aandrijving) Zwart Blauw Bruin
5.3. KLEMMENBORD CN3
5.3.1. WAArschuWingslAmp (Fig. 4)
Klemmen “ “12 & 15”. Uitgang 24 Vdc max. 15 W. Sluit op deze klemmen de voedingskabels van de twee lichtslangen aan (los verkocht)
die aan de zijkanten van de aandrijving worden aangebracht. De twee lichtslangen zullen doven wanneer de arm stilstaat, zowel bij
het openen als bij het sluiten, terwijl ze knipperen wanneer de arm in beweging is. Voor iedere manoeuvre knipperen de lichtslangen
gedurende 0,5 seconde (niet wijzigbaar) om aan te geven dat de boom gaat bewegen.
Als de functie “verzoek om assistentie” is geactiveerd (zie paragraaf 9), knipperen de lichtslangen na afloop van de sluitingsmanoeuvre
gedurende 5 seconden snel. Voor de werking van deze functie en om de cycli te resetten, zie paragraaf 9.1.