58
Ga als volgt te werk om de traploze draaiknop
1
van
de kamerthermostaat in te stellen op de gewenste
kamertemperatuur:
1. Zet de regelknop
1
op max.
2. Laat het apparaat draaien tot de gewenste
kamertemperatuur is bereikt.
3. Draai de draaiknop
1
langzaam terug tot het
apparaat uitschakelt.
Het apparaat regelt de ruimtetemperatuur nu auto
-
matisch via de ruimtethermostaat door automatisch
uit te schakelen als de ingestelde temperatuur wordt
overschreden en weer in te schakelen als de tem-
peratuur onder deze ingestelde temperatuur komt.
Hiervoor moet op functieregelaar
2
verwarmingsni-
veau 1 of 2 worden ingesteld.
Opmerking
De gewenste kamertemperatuur moet hoger zijn dan
de huidige kamertemperatuur.
Opmerking
Het bedrijfscontrolelampje
3
brandt wanneer de
thermostaat via de regelknop
1
op een temperatuur
boven de ruimtetemperatuur wordt ingesteld en
tegelijkertijd op de functieregelaar
2
de ventilatie of
een verwarmingsniveau wordt ingesteld. Als het toes-
tel uitgeschakeld is, d.w.z. de functieknop
2
op stand
0 staat, brandt het bedrijfscontrolelampje
3
niet.
Schakel het apparaat uit
1. Zet de traploze regelknop
1
van de ruimte-
thermostaat op min.
2. Stel de functieregelaar
2
in op ventilatie
3. Laat de ventilator 2-3 minuten draaien om het
toestel af te koelen.
4. Schakel het toestel uit door de functieknop
2
op 0 te zetten.
5. Trek het netsnoer bij de stekker uit het stop
-
contact.
6. Laat het apparaat volledig afkoelen.
NL
NEDERLANDS