106 107
NL NL
Nuttige informatie Nuttige informatie
C C
Probleemoplossing
Probleem Mogelijke oorzaak Probleemoplossing
Het programma start niet.
Uw vaatwasmachine is niet
aangesloten.
Sluit uw machine aan.
Uw vaatwasmachine staat
niet aan.
Schakel de vaatwasmachine
aan door op de knop Aan/Uit
te drukken.
Zekering doorgebrand. Controleer uw schakelkast.
De kraan van de waterafvoer
is gesloten.
Draai de waterkraan open.
De deur van uw
vaatwasmachine staat open.
Sluit de deur van de
vaatwasmachine.
De watertoevoerslang en de
lters van het toestel zitten
verstopt.
Controleer de
watertoevoerslang en de
lters van het toestel. Kijk
na of ze niet verstopt zijn.
Het water blijft in het
toestel staan.
De afvoerslang is verstopt
of gebogen.
Controleer de afvoerslang.
Maak ze schoon of trek ze
recht.
De lters zijn verstopt. Maak de lters schoon.
Het programma is nog niet
afgelopen.
Wacht tot het programma
afgelopen is.
Het toestel stopt tijdens het
wassen.
Stroompanne. Controleer de netvoeding.
Watertoevoerdefect. Controleer de kraan.
Ik hoor dingen bewegen
en schokken tijdens het
wassen.
De sproeiarm botst tegen de
vaat in de onderste mand.
Verplaats of verwijder
de voorwerpen die de
sproeiarm blokkeren.
C
Nuttige informatie
Probleem Mogelijke oorzaak Probleemoplossing
Er zitten nog voedingsresten
op de vaat.
De vaat is slecht ingeladen
en het water kan niet alle
oppervlaktes bereiken.
Laad de manden niet te vol.
De verschillende
voorwerpen raken elkaar.
Plaats het vaatwerk
zoals aangegeven in het
hoofdstuk over het inladen
van de vaatwasser.
Onvoldoende hoeveelheid
vaatwasmiddel vrijgegeven.
Gebruik de juiste
hoeveelheid vaatwasmiddel,
zoals aangegeven in de
programmatabel.
Verkeerd programma
gekozen.
Gebruik de informatie in de
tabel met de programma's
om een geschikt
programma te kiezen.
De sproeiarmen zijn
verstopt door voedsel.
Maak de gaatjes in de
sproeiarmen proper met
een jn instrument.
Verstopte lters of
afvoerpomp, of slecht
geplaatste lter.
Controleer of de afvoerslang
en de lters correct
geïnstalleerd zijn.
Er blijven witachtige
vlekken achter op de vaat.
Onvoldoende hoeveelheid
vaatwasmiddel.
Gebruik de juiste
hoeveelheid vaatwasmiddel,
zoals aangegeven in de
programmatabel.
Te lage dosering van
spoelmiddel en/of
waterontharder te laag
afgesteld.
Stel het niveau voor het
sproeimiddel en/of de
waterverzachter hoger in.
Hoge waterhardheid.
Verhoog het niveau voor
de waterontharder en voeg
zout toe.
De dop van het zoutvakje is
slecht gesloten.
Controleer of de dop van het
zoutvakje goed gesloten is.