‑ 60 ‑NL
en extra steun te bieden (zie 1 op a. 12). Wanneer het kind meer ruimte in het autostoeltje
nodig hee, moet die bekleiding worden verwijderd.
✓
40-75cm
✗
>75cm
HOES VERWIJDEREN:
1.
Verwijder de 5-punten- veiligheidsgordels (zie VEILIGHEIDSGORDEL DEMONTEREN).
2. Verwijder de hoes van de rugleuning en het onderstel.
3. Zet de hoofdsteun in de hoogste stand.
4. Verwijder de hoes van de hoofdsteun.
Om de hoes opnieuw aan te brengen de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde
herhalen.
STABILISATIEPOOT AANPASSEN
1. Druk op de verstelknop van de stabilisaepoot (20) en terwijl de knop ingedrukt wordt
gehouden de poot met de andere hand uitschuiven (a. 18).
2. Laat de verstelknop pas los wanneer de stabilisaepoot de grond raakt.
3. Controleer dat het goed is uitgetrokken, beweeg hem om dit te controleren.
De vergrendelingsindicator van de stabilisaepoot (9) moet groen zijn. Is dit niet het geval,
herhaal dan het hele proces vanaf het begin.
Let op! Wanneer uw voertuig is uitgerust met een vloerlocker, neem dan contact op met
de fabrikant!
Installae in de auto
ACHTERWAARTS GERICHT (40 – 105 cm)
ISOFIX + stabilisaepoot
Zie: a. 19
1. Bevesg zo nodig de Isox-pads (22) aan de Isox-aansluingen in de auto. Zij maken
het gemakkelijker de ISOFIX-bevesgingen van het zitje aan te brengen wanneer de
aansluingen van de auto niet gemakkelijk toegankelijk zijn.
2.
Draai het autostoeltje achterwaarts gericht (zie AUTOSTOELTJE ROTEREN). Stel de
hoekinstelling in de vijfde posie in (zie: HOEKINSTELLING VAN HET ZITJE AFSTELLEN)
3.
Druk op de Isox-knop (19) om beide Isox-armen (18) uit te trekken. Pak vervolgens het