67
Instelling van de zenderkanalen
Voor elke zender kunnen 4 zenderkanalen worden ingesteld. De kanaalinstelling aan de zenders en
aan de ontvanger moeten identiek zijn.
Microfoon
• Schakel de microfoon uit (schakelaar naar onder schuiven).
• Trek de onderkant van de behuizing van de microfoon af.
• Stel het zendkanaal aan de microfoon met de DIP-schakelaars op het gewenste kanaal (0-3) in.
• Stel op de ontvanger met de toetsen ST (4) of 6 hetzelfde kanaal in. Het kanaal, resp. de frequentie wordt in
het display (5) weergegeven.
• De indicator op de ontvanger kan met de toets CH/FREQ (3) tussen frequentie- en kanaalindicatie worden
omgeschakeld.
Bodypack
• Schakel het bodypack in (toets POWER/MUTE (2) kort indrukken).
• Stel met de toetsen of (5) het gewenste zendkanaal in.
• Stel op de ontvanger met de toetsen ST (4) of 6 hetzelfde kanaal in. Het kanaal, resp. de frequentie wordt in
het display (5) weergegeven.
• De indicator op de ontvanger kan met de toets CH/FREQ (3) tussen frequentie- en kanaalindicatie worden
omgeschakeld.