EasyManua.ls Logo

murprotec CTA - Page 22

murprotec CTA
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
20
4.1.6. Winter
:
Het systeem gaat in winterstand en keert terug naar de automatische modus wanneer het seizoen wisselt of bij een stroomon-
derbreking. De omschakeling van zomer naar winter is voorgeprogrammeerd op vaste data. Indien u deze modus selecteert,
kunt u de winterstand korter of langer laten duren.
4.2. Menu Instelling debiet
Druk op de toets om het menu te openen.
Met de pijltjes en kiest u het gewenste debiet en druk op . De aan te passen waarde verschijnt, net als een
tekst met uitleg.
Gebruik eveneens de pijltjes en om een instelling tussen 1 en 8 te kiezen en druk op om te bevestigen of op
om te annuleren.
4.2.1. Algemeen debiet
:
Gemiddeld debiet over 24 uur, automatische aangepast volgens het tijdstip en het seizoen. Deze waarde geldt als referentie
voor de automatische modus.
4.2.2. Dagdebiet
:
U gaat over naar een handbediende modus. Het systeem houdt dit debiet aan voor de dagperiode. Wanneer het dagdebiet
wijzigt, neemt het nachtdebiet dezelfde waarde aan, maar u kunt die waarde op elk moment aanpassen. 'AUTO' geeft aan
dat de handbediende modus niet langer actief is.
4.2.3. Nachtdebiet
:
U gaat over naar een handbediende modus. Het systeem houdt dit debiet aan voor de nacht. Wanneer het nachtdebiet wij-
zigt, neemt het dagdebiet dezelfde waarde aan, maar u kunt die waarde op elk moment aanpassen. 'AUTO' geeft aan dat
de handbediende modus niet langer actief is.
4.2.4. T
ijdelijk debiet:
Debiet gebruikt in de timermodus (zie § 4.1.2).
4.2.5. Duur:
Gewenste duur in uur voor de timermodus (zie § 4.1.2.).
4.3. Menu Regeling temperaturen
Druk op de toets om het menu te openen.
Met de pijltjes kiest u de gewenste temperatuur en druk op . De aan te passen waarde verschijnt, net als een tekst met
uitleg.
Gebruik eveneens de pijltjes en om een instelling tussen 5 °C en 18°C (behalve voor de Max. luchttemp., cf. §
4.3.4 hieronder) te kiezen en druk op om te bevestigen of op om te annuleren.
4.3.1. T
° Winter:
Insteltemperatuur die gebruikt wordt in de automatische wintermodus (zie § 4.1.1). Een hogere temperatuur instellen doet het
stroomverbruik van de weerstanden toenemen, terwijl een lage temperatuur de aanvoer van koude lucht in de woning stopt.
4.3.2. T
° Zomer:
Insteltemperatuur die gebruikt wordt in de automatische zomermodus (zie § 4.1.1). Kies een lage temperatuur om het stroom-
verbruik te beperken.
4.3.3. T
° Afwezigheid:
Insteltemperatuur voor de afwezigheidsmodus (zie § 4.1.4). Kies een lage temperatuur om het stroomverbruik te beperken.
4.3.4. Max. lucht T
°:
Bij deze temperatuur wordt de ventilator uitgeschakeld om te voorkomen dat er te warme lucht in de ruimte wordt geblazen:
instelbaar tussen 23°C en 40°C.
NEDERLANDS

Table of Contents

Related product manuals