EasyManua.ls Logo

Otto Bock Harmony P3 - Page 61

Otto Bock Harmony P3
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
61
5.4 Afvoerslang plaatsen
De afvoerslang wordt bevestigd aan het uitstootventiel van de vacuümpomp. Via de afvoerslang
worden lucht en vloeistof (bijv. zweet) afgevoerd. De vloeistof mag niet naar metalen onderdelen
van de prothese worden afgevoerd. Hoe langer de afvoerslang is, des te stiller is de vacuüm
pomp.
Sluit de afvoerslang aan op het uitstootventiel van de vacuümpomp.
5.5 Stijfheid van de functiering controleren
De stijfheid van de functiering heeft invloed op het loopcomfort. Bij de Harmony vacuümpomp
bepaalt de functiering daarnaast de efficiëntie waarmee onderdruk wordt gecreëerd. De stijfheid
is op de functiering aangegeven (hoe hoger het getal, des te hoger de stijfheid).
Functiering bij het lopen Oorzaak Oplossing
De patiënt veert te zacht in. De functiering wordt niet
tot aan de aanslag gecomprimeerd.
Functiering heeft een
passende stijfheid
De patiënt veert in tot aan de aanslag. De functiering
wordt volledig gecomprimeerd.
Functiering te zacht Hardere functiering
inbouwen (zie pagina64)
De patiënt veert niet in. De functiering wordt niet
gecomprimeerd.
Functiering te hard Zachtere functiering
inbouwen (zie pagina64)
Keuze van de functiering
Lichaamsgewicht Stijfheid
40 tot 47 0
48 tot 55 1
56 tot 65 2
66 tot 75 3
76 tot 87 4
88 tot 100 5
101 tot 112 6
113 tot 125 7
5.6 Genereren van onderdruk controleren
Het genereren van de onderdruk wordt tijdens de dynamische passessie gecontroleerd.
> Aanbevolen materialen: manometer 755Z37 (met T-stuk)
1) Verwijder de slang van het aanzuigventiel van de vacuümpomp.
2) Sluit de slang aan op het T-stuk van de manometer.
3) Sluit de manometer met het T-stuk aan op het aanzuigventiel van de vacuümpomp.
4) Bevestig de manometer zo aan de prothese dat de patiënt zich vrij kan bewegen.
5) Laat de patiënt 50 stappen lopen om de vacuümpomp te laten werken.
6) Controleer of de onderdruk tussen 340 hPa en 680 hPa ligt en 20 seconden aanhoudt.
Wanneer er voldoende onderdruk wordt opgebouwd en de onderdruk niet binnen 20 secon
den afneemt, werkt het vacuümsysteem correct.
Wanneer er voldoende onderdruk wordt opgebouwd maar de onderdruk binnen 20 secon
den afneemt, moet de oorzaak worden gezocht (zie pagina62).
7) Verwijder de manometer na de controle en monteer de slang weer op het aanzuigventiel van
de vacuümpomp.
6 Gebruik
VOORZICHTIG
Gebruik van poeder (bijv.babypoeder of talkpoeder)
Huidirritaties op de stomp en functieverlies van prothesecomponenten door verstopping met
vuildeeltjes of het onttrekken van smeermiddel

Other manuals for Otto Bock Harmony P3

Related product manuals