SERIE 5000
30
CONEXIONES
3AANSLUITINGEN
3.8 VERMOGENSUITGANGEN
De vermogensuitgangen voor de geluidverspreiders zijn beschikbaar
op het klemmenbord [25]. Het is mogelijk een geluidverspreiderinstallatie
tot stand te brengen zowel met gebruik van lage impedantiegeluidverspreiders
als met geluidverspreiders voorzien van lijnversterker. In beide gevallen
moet de totale belasting zodanig zijn dat de versterker niet overbelast
wordt: gebruik geen luidsprekers of luidsprekergroepen met een lagere
impedantie dan de nominale impedantie van de aansluiting waarmee ze
zijn verbonden. Bovendien dient bijzondere aandacht te worden besteed
aan de berekening van de impedanties indien het gaat om gemengde
geluidssystemen (met lage impedantie en constante spanning).
In tabel 3.8.1 zijn de nominale spannings-en impedantiewaarden voor de
diverse uitgangen aangegeven.
Uitgang
8 Ω
50 V
70 V
100 V
AX5240
43,8 V
10,4 Ω
20,4 Ω
41,7 Ω
AX5120
31 V
20,8 Ω
40,8 Ω
83,3 Ω
Tabel 3.8.1
AX5060
21,9 V
41,7 Ω
81,6 Ω
167 Ω
3.8 SALIDAS DE POTENCIA
Las salidas de potencia para los difusores se encuentran en la regleta
[25]. Es posible realizar una instalación de difusión sonora utilizando
difusores de baja impedancia o difusores dotados con traslador de línea.
En ambos casos la carga total no debe ser tal que sobrecargue el
amplificador: es decir no aplicar difusores o grupos de difusores con
impedancia más baja que la nominal de la toma a la cual están conectados.
Se recomienda así mismo prestar particular atención al cálculo de las
impedancias si se deben realizar instalaciones de difusión mixtas (de baja
impedancia y con tensión constante).
En la tabla 3.8.1 se indican los valores nominales de tensión y de
impedancia para las diferentes salidas.
Salida
8 Ω
50 V
70 V
100 V
AX5240
43,8 V
10,4 Ω
20,4 Ω
41,7 Ω
AX5120
31 V
20,8 Ω
40,8 Ω
83,3 Ω
Tabla 3.8.1
AX5060
21,9 V
41,7 Ω
81,6 Ω
167 Ω
Afb./Fig. 3.8.2
20W 20W
Afb./Fig. 3.8.1
16
ΩΩ
ΩΩ
Ω16
ΩΩ
ΩΩ
Ω
3.8.1 Systemen met een lage impedantie
Bij toepassingen waarbij niet veel luidsprekers nodig zijn, kan de
verbindingslijn worden aangesloten tussen de gewone klem 0 en de bus
8
ΩΩ
ΩΩ
Ω van de klemmenstrook [25].
De aansluiting van de luidsprekers, serieel, parallel of gemengd, moet
een impedantie opbrengen van tenminste 8 Ω.
Op afbeelding 3.8.1 staat een voorbeeld van een aansluiting.
3.8.1 Sistemas con baja impedancia
En aplicaciones que precisan la utilización de pocos altavoces, la línea de
conexión se puede conectar entre el terminal común 0 y la toma
8
ΩΩ
ΩΩ
Ω del terminal de conexión [25].
La conexión de los altavoces, de tipo serie o paralelo o mixto, debe
proporcionar una impedancia calculada equivalente o superior a 8 Ω..
En la figura 3.8.1 se muestra un ejemplo de conexión.