8 Bediening
8.1 Accu laden
Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur van 4 °C tot 40 °C.
1. Schuif de accu (4) tot aan de aanslag in de accu-houder (1).
2. Steek vervolgens de voedingsstekker in het stopcontact. De led-strip (3) brandt nu groen.
3. Zodra het laadproces start, knippert de led-strip (3) groen.
4. De led-strip (3) brandt groen, als het laadproces is voltooid. De accu (4) is nu klaar voor gebruik.
LET OP
– Als de LED-strip rood knippert, is de accu oververhit en kan deze niet worden opgeladen.
– Als de LED-strip afwisselend rood en groen knippert, is de accu defect.
5. Trek de accu (4) uit de accu-houder (1).
6. Wacht ten minste 15 min tot een nieuw laadproces. Neem hiervoor de voedingsstekker uit het
stopcontact.
8.2 Accu plaatsen/uitnemen
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel!
Plaats de accu pas, als het accu-gereedschap klaar is voor gebruik.
Accu plaatsen
1. Schuif de accu (4) in de accu-houder van het compatibele accu-gereedschap. De accu (4) klikt
hoorbaar vast.
Accu uitnemen
1. Druk op de ontgrendelingsknop (6) van de accu (4) en trek de accu (4) uit de accu-houder van
het compatibele accu-gereedschap.
8.3 Laadtoestand van de accu controleren
De laadindicator (5) signaleert de laadindicator van de accu (4).
De laadindicator van de accu wordt weergegeven door het branden van de betreffende LED-lamp.
1. Druk op de accu (4) de toets voor de laadindicator (7) in.
LED op de accu Laadtoestand
rood-oranje-groen Accu vol
rood-oranje Accu deels geladen
rood Accu leeg
8.4 Verbruikte accu's
• Een aanzienlijk kortere bedrijfstijd ondanks opladen geeft weer dat de accu is verbruikt en moet
worden vervangen. Gebruik uitsluitend originele reserve-accu's.
• Neem in elk geval de betreffende geldende veiligheidsvoorschriften alsook bepalingen en aanwij-
zingen voor de milieubescherming in acht (zie "Afvoeren en recycling").
60 | NL www.scheppach.com