7. Oplossen van kleine storingen
Het stroomaggregaat… Controleer of: Oplossingen:
Start niet
of
Stopt
De te gebruiken apparaten zijn niet
aangesloten voor het starten.
Maak de apparaten los voordat u opnieuw
probeert het stroomaggregaat te starten.
NEE
JA
De schakelaar ON/OFF staat op
.
Zet de schakelaar ON/OFF op .
NEE
JA
Het oliepeil is correct, de controlelamp
van de oliebeveiliging is uit.
Vul olie bij.
NEE
JA
Het brandstofpeil is goed.
Vul brandstof bij.
NEE
JA
De brandstofkraan staat
op de stand "ON".
Zet de brandstofkraan
op de stand "ON".
NEE
JA
De ventilatie van de brandstoftank
is open.
Draai de ventilatie van de brandstoftank een
omwenteling linksom.
NEE
JA
Werkt niet normaal (geluid,
rook, enz.)
Het onderhoud van de onderdelen van
het stroomaggregaat is correct
uitgevoerd.
Voer het onderhoud van het
stroomaggregaat conform de voorschriften
uit
NEE
JA
Laat het stroomaggregaat door een van
onze vertegenwoordigers controleren*.
Levert geen
elektrische stroom
De onderbrekerschakelaar
van het 12 V stopcontact is geactiveerd.
Druk op de onderbrekerschakelaar van het
12 V stopcontact om hem te activeren.
NEE
JA
De capaciteit van het stroomaggregaat
is niet overschreden, de controlelamp
overbelasting is uit.
Verminder de belasting.
NEE
JA
De aangesloten apparaten of hun
elektrische snoer zijn niet defect.
Probeer met een ander apparaat en een
ander elektrisch snoer.
NEE
JA
Laat het stroomaggregaat door een van
onze vertegenwoordigers controleren*.
8. Technische specificaties
8.1. Voorwaarden voor het gebruik
De vermelde prestaties van de stroomaggregaten zijn verkregen onder de referentieomstandigheden volgens ISO 8528-1 (2005):
Totale atmosferische druk: 100 kPa - Omgevingstemperatuur van de lucht: 25°C (298 K) - Relatieve vochtigheid: 30 %.
De prestaties van de aggregaten worden ongeveer 4% verminderd voor elke temperatuurstijging van 10°C en/of ongeveer 1% voor
elke toename van de hoogteligging met 100 m. De stroomaggregaten kunnen alleen stationair werken.
8.2. Capaciteit van het stroomaggregaat (overbelasting)
Bereken het vereiste elektrische vermogen van de te gebruiken apparaten (in Watt)* alvorens het aggregaat aan te sluiten en in
werking te stellen. Overschrijd nooit het totaal van de vermogens (ampère en/of watt) van de gebruikte apparaten noch het nominaal
vermogen van het aggregaat tijdens werking in continu bedrijf.
*Dit elektrische vermogen staat in de meeste gevallen aangegeven in de technische gegevens of op het typeplaatje van de apparaten.
Sommige apparaten hebben meer vermogen nodig bij het starten. Dit minimaal vereiste vermogen mag het maximale vermogen van
het stroomaggregaat niet overschrijden.