EasyManua.ls Logo

Siemens KIT911 - Page 32

Siemens KIT911
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
32 / 98 07.04.2009 G2720xx 74 319 0677 0 a Siemens Building Technologies
Met de draaiknop kunt u door de lijst d1…d7 scrollen (bijv. d1
hoofdregelaar 23 , d2 parallelle regelaar 24 of d5
verwarmingsinstelling 25 ).
Als het geselecteerde apparaat een SSA955 of RRV912 is, wordt
de SW-versie afwisselend met bovenstaand scherm weergegeven
26 .
Om een apparaat uit de lijst te verwijderen, selecteert u het met
de draaiknop en vervolgens drukt u op de functieknop F
(minstens 5 seconden). Op dat moment verschijnt ‘del:’ en het
apparaatnummer (bijv. verwijder apparaat d1 27 ).
Zodra een signaal weerklinkt, is het apparaat verwijderd en kunt u
de functieknop loslaten. Het scherm keert terug naar het eerste
apparaat in de apparatenlijst.
Een verwijderd apparaat moet naar de fabrieksinstellingen
worden gereset m.b.v. de functieknop.
Apparaten naar de fabrieksinstellingen resetten
Om de kamerunit QAW912 te resetten, drukt u minstens 20
seconden op de functieknop F . Op dat moment wordt ‘CLrA’
weergegeven 28 . Dat wordt gevolgd door een akoestisch
signaal. Na een herstart schakelt de kamerunit naar het
informatieniveau.
De kamerunit kan niet op instellijn 57 of 70 worden gezet, als
een reset noodzakelijk is. De apparatenlijst wordt tijdens de
reset gewist en eerder verbonden apparaten moeten naar de
fabrieksinstellingen worden gereset, voor ze opnieuw worden
aangesloten.
De regelaandrijving SSA955, de verwarmingsregelaar RRV912
en de adapter voor de radioverbinding KRF960 worden naar de
fabrieksinstellingen gereset door minstens 20 seconden op de
functieknop F te drukken. Het apparaat herstart dan en is niet
langer verbonden met de QAW912.
Instellingen in de instelmodus
De instelmodus wordt geactiveerd en de instellijnen worden
geselecteerd zoals beschreven in 6 en 7 .
Onderstaande instellijnen zijn alleen in de instelmodus zichtbaar.
De fabrieksinstelling ziet u in kolom FI. Deze waarden worden
geladen bij een reset van het apparaat.
Wijzigingen in de bijbehorende apparaten worden niet
onmiddellijk uitgevoerd door de energiebesparende
afstandsbediening (tot 5 min vertraging).
Instellingen voor zones 1 + 2
Lijn Functie, parameter Unit FI Bereik Instelling
Zone 1
33 Stille modus - OFF 0FF / SILE
34 Sensorafstelling °C 0,0 -4,5..+4,5
35 Min. kleppositie comfort % 0 0..100
Zone 2
43 Stille modus - 0FF 0FF / SILE
44 Sensorafstelling
°C 0,0 -4,5..+4,5
45 Min. kleppositie comfort
% 0 0..100
Inschakeling van stille modus (33/43) voor geluidsgevoelige
zones.
De stille modus verhoogt het stroomverbruik van de
aandrijving en vermindert dus de levensduur van de
batterijen in de regelaandrijvingen van de betreffende zone.
Als de kamertemperatuursensoren ongunstig geplaatst zijn,
worden de sensoren voor elke zone afgesteld (34/44).
De minimale klepopening in de comfortmodus (35/45) dient om
koude oppervlaktetemperaturen in zones met vloerverwarming te
voorkomen.
Optimale in-/uitschakelinstellingen voor zones 1 + 2
Lijn Functie, parameter Unit FI Bereik Instelling
36 Max. voorafgaande inschakeltijd hh:mm 00:00 00:00..48:00
37 Max. voorafgaande uitschakeltijd hh:mm 0:00 0:00..6:00
38 Kamertemperatuurstijging zone 1 min/K 60 1..600 Weergave
39 Kamertemperatuurstijging zone 2 min/K 60 1..600 Weergave
Om een gewenste kamertemperatuur op een bepaald moment te
bereiken, worden de in- en uitschakeltijden automatisch
aangepast aan de dynamiek van het gebouw (vroeger of later).
De maximale voorafgaande schakeltijd (36/37) geldt altijd voor
beide zones.
Tijdens de optimalisatie van de inschakelfase meet de kamerunit
voortdurend de temperatuurstijging in elke zone (38/39).
Type kamer
Lijn Functie, parameter Unit FI Bereik Instelling
51 Type kamer zone 1 - rAd.S rAd.S / rAd.F /
FLO.S / FLO.F
52 Type kamer zone 2 - --- --- (inactief) /
rAd.S / rAd.F /
FLO.S / FLO.F
De regelsnelheid wordt voor elke zone aangepast aan het
verwarmingssysteem en de structuur van het gebouw met de
instelling ‘type kamer’ (51/52).
Zone 1 is altijd actief. Zone 2 is inactief bij levering (---).
Type
kamer
Beschrijving P-band
Xp
Integrale
actietijd Tn
Afgeleide
actietijd Tv
Neutrale
zone
--- Zone inactief
Radiatorverwarming traag
(S = slow)
2 K 5400 s 450 s 0,1 K
Radiatorverwarming snel
(F = fast)
2 K 3600 s 540 s 0,1 K
Vloerverwarming traag
(S = slow)
2 K 7200 s 540 s 0,1 K
Vloerverwarming snel
(F = fast)
2 K 5400 s 540 s 0,1 K
‘Radiatorverwarming traag’ is geschikt voor radiatorverwarming in
gebouwen met massief metselwerk (zware constructie).
‘Radiatorverwarming snel’ is geschikt voor radiatorverwarming in
gebouwen met licht metselwerk (lichte constructie).
‘Vloerverwarming traag’ is geschikt voor vloerverwarming in
gebouwen met massief metselwerk en vloeren (zware
constructie).
‘Vloerverwarming snel’ is geschikt voor vloerverwarming in
gebouwen met licht metselwerk en vloeren (lichte constructie).
Radioverbinding
Lijn Functie, parameter Unit FI Bereik Instelling
53 Apparaten zone 1 verbinden - conn
54 Apparaten zone 2 verbinden - conn
55 Apparaat verwarmingsinstelling
verbinden
- conn
56 Radioverbinding testen - tESt
57 Apparatenlijst/apparaat
verwijderen
- LISt
Deze instellijnen worden in detail beschreven in de paragrafen
‘Apparaten verbinden’, ‘De radioverbinding testen’ en ‘De
apparatenlijst weergeven/apparaten verwijderen’.
Verwarmingsinstellingen
Lijn Functie, parameter Unit FI Bereik Instelling
60 Bedradingstest
verwarmingsinstelling
- --- ---, OFF, On
61 Kleppositie: temperatuurinstelling
aan
% 5 1..30
62 Kleppositie: temperatuurinstelling
uit
% 1 1..30
63 Huidige temperatuurinstelling - OFF / On Weergave
De bedradingstest (60) kan worden gebruikt om te controleren of
een verwarming die d.m.v. een KRF960/RRV912 is aangesloten,
reageert op de verwarmingsinstelling van de QAW912 (on/off).
Wijzigingen worden onmiddellijk ingesteld. Als de bedradingstest
met de timer-/programmeerknop wordt beëindigd, wordt de
waarde ‘---‘ (= inactief) automatisch ingesteld en de
verwarmingsinstelling wordt opnieuw uitgevoerd volgens de
klepposities van de twee zones.
De verwarmingsinstelling wordt uitgevoerd, als de kleppositie van
een zone minstens de waarde van instellijn 61 bereikt. De
verwarmingsinstelling wordt gestopt, als de kleppositie van beide
zones onder de waarde van instellijn 62 daalt.
De huidige status van de verwarmingsinstelling wordt
weergegeven (63).
Automatische overschakeling op zomertijd
Lijn Functie, parameter Unit FI Bereik Instelling
64 Zomertijd begin dd.MM 25.03 01.01..31.12
65 Zomertijd einde dd.MM 25.10 01.01..31.12
De tijd op de kamerunit wordt op de zondag na de ingestelde
datum (FI = laatste zondag van de maand) ingesteld op zomertijd
of wintertijd.
Als op beide lijnen dezelfde datum is ingesteld, wordt niet
automatisch op zomertijd overgeschakeld.

Related product manuals