NL/BE52
3. Voor de inbedrijfstelling
3.1 Het apparaat opstellen
Verwijder alle verpakkingsmaterialen en trans-
portbeveiligingen van het apparaat.
Voor een veilige en storingsvrije werking van het ap-
paraat moet de opstellingsplaats aan de volgende
eisen voldoen:
De vloer moet stevig, vlak en vlak zijn.
Vanaf de behuizing moet een minimale afstand
van 30 cm tot de zijkant, 30 cm tot de boven-
kant, 30 cm tot de achterkant en 1 m tot de
voorkant worden aangehouden.
Plaats het apparaat niet in een warme, natte of
zeer vochtige omgeving.
Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk
zijn zodat het netsnoer indien nodig gemakke-
lijk kan worden losgekoppeld.
Temperatuurbereik: 0 tot +40 °C
Vochtigheid (geen condensatie): 5–75 %
3.2 Afstandsbediening:
Batterij plaatsen of verwisselen
Bij levering is bij de afstandsbediening een lithi-
um-knoopcel
16
bijgevoegd. Om de afstands-
bediening te kunnen gebruiken, verwijdert u de
plastic dat uit het batterijvak
14
uitsteekt (zie
afbeelding 1).
1
Als de batterij in de afstandsbediening moet
worden vervangen, plaatst u een nieuwe 3-volt
lithium-knoopcel. Let daarbij op het type van de
lithium-knoopcel (CR2025).
Druk de klep
15
op het batterijvak
14
van de
afstandsbediening naar het midden. Trek nu het
batterijvak
14
uit (zie afbeelding 2).
2
14
15
16
Verwijder de gebruikte batterij
16
.
Plaats een nieuwe 3 V knoopcel van het type
CR2025 conform verpoling.
Schuif het batterijvak
14
terug in de afstands-be-
diening tot de klep
15
vastklikt.
4. Inbedrijfstelling
4.1 Stand-by
Sluit de stekker van het netsnoer aan op het ap-
paraat en steek de netadapter
6
in een stop-
contact. Het apparaat krijgt nu stroom. Er klinkt
een korte pieptoon.
Een cirkelvormige beweging op het display
1
simuleert het oplaadproces gedurende ongeveer
20 seconden wanneer het apparaat opstart.
5. Bediening op het apparaat
5.1 Het apparaat inschakelen
OPMERKING: De knoppen hebben een pieptoon
en werken het beste als je er licht overheen veegt.
Druk op de toets
5
om het product in
te schakelen. Het apparaat start direct in
ventilatieniveau "03" wanneer het voor het eerst
in gebruik wordt genomen.
Bij verder gebruik start het toestel op hetzelfde
ventilatieniveau dat tijdens de laatste bediening
werd geselecteerd.
Als de netadapter
6
tussentijds wordt losge-
koppeld, start het apparaat opnieuw op in
ventilatieniveau "03".