40
Montage van de temperatuursensor
!
De afstand van de sensorkabel tot elektromagnetische storingsbronnen moet
minstens 300 mm bedragen.
De retoursensor is of in de meetinzet geïntegreerd , of moet hij in het aansluitstuk ge-
monteerd worden. De aanvoersensor wordt in een speciale kogelkraan of in een voor dit
sensortype vrijgegeven dompelbuis gemonteerd. – Bij de aanvoervariant is dit omgekeerd.
Î
1
1
Maak de inbouwlocatie van de sensor drukvrij maken.
2
Afsluitplug uit de speciale kogelkraan schroeven.
3
Bijgevoegde O-ring op de montagepin plaatsen. Slechts één O-ring gebruiken.
Bij de vervanging van de sensor moet de oude O-ring worden vervangen door een
nieuwe.
4
O-ring met de montagepin draaiend in de boring van de afsluitplug schuiven.
5
O-ring met het andere uiteinde van de montagepin definitief positioneren.
6
Temperatuursensor met messing schroef in de boring van de afsluitplug
plaatsen en met de hand aandraaien. Geen gereedschap gebruiken!
Functiecontrole
1
Afsluiters in de aanvoer en retour openen.
2
Aansluitschroefverbinding op dichtheid controleren.
3
De knop op de meter indrukken om de display in te schakelen.
Afsluitende werkzaamheden
1
Aansluitschroefverbinding en beide temperatuursensoren verzegelen.
2
Het aansluitstuk zichtbaar met de bijgevoegde stickers kenmerken, afhankelijk van de
aanwezige aansluitgeometrie.
Wandmontage van het rekenwerk (optioneel)
Optioneel kan het rekenwerk van de debietsensor worden afgenomen en met de wand-
houder aan de wand worden gemonteerd.
Hiervoor de zijdelingse aangrijpingspunten aan het rekenwerk licht indrukken en het reken-
werk naar boven van de debietsensor nemen.
!
De kabellengte tussen volumemeetdeel en rekenwerk bedraagt max. 47 cm en
kan niet worden gewijzigd!
De display moet altijd toegankelijk zijn en zonder hulpmiddelen kunnen worden
afgelezen!