12
NL
5. IN GEBRUIK NEMEN
4. Verleng de steunstang tot de juiste
hoogte en zet hem vast. (D)
D
5. Breng vervolgens het zadel in de
juiste positie bovenop de steun-
stang en schuif de steunstang in de
houder onder het zadel en zet hem
recht.
6. Zet het zadel met het draaiknopje
vast welke zich onder het zadel
bevindt.
Het zadel weer terug inklappen gebeurt in de omgekeerde volgorde:
1. Draaiknopje losmaken
2. Zadel van de steunstang losmaken
3. De zadelstang opklappen en het vergrendelmechanisme van de platte zadelstang
(indien van toepassing, afhankelk van de gekozen zadel hoogte) weer naar voren
schuiven
4. Steunstang inkorten
5. Steunstang neerklappen en in het voetbord duwen
6. Dan de zadelstang weer terug inklappen in het voetbord en het vergrendelhendeltje
naar beneden duwen.
7. Zadel neerklappen en vastzetten