25
NL
Verschijnsel 1 Verschijnsel 2 Controles Actie
Een storing wordt op de
afstandsbediening weergegeven
- Raadpleeg onderstaande storingentabel
De ventilator start niet
Het scherm van de
afstandsbediening
(afhankelijk van de
uitvoering) is aan
- Controleer de bedrading.
- Controleer de motor: sluit de motor direct aan op een voeding van 230 V~ en
zet de motor aan
Vervang het defecte onderdeel: de
elektronische printkaart of de motor
Het scherm van de
afstandsbediening
(afhankelijk van de
uitvoering) is uit
- Controleer de bedrading.
- Controleer de zekering op de elektronische printkaart.
Vervang het defecte onderdeel:
de afstandsbediening of de
elektronische printkaart.
Versie zonder
afstandsbediening
- Controleer de hele bedrading
- Controleer de condensator (afhankelijk van de uitvoering).
- Controleer de zekering van de toerenregelaar.
- Controleer de uitgangsspanning van de toerenregelaar (afhankelijk van de
uitvoering)
- Controleer de motor: sluit de motor direct aan op een voeding van 230 V~.
Bovendien: bij een EC-motor (EasyVEC
®
Compact 2000): zet de motor aan
Vervang het defecte onderdeel:
de zekering, de condensator, de
toerenregelaar of de motor
De ventilator start en stopt daarna - Controleer de hele bedrading.
De ventilator werkt niet volgens
de ingestelde richtwaarde
Te laag toerental
- Controleer of de rotor soms aanloopt.
- Controleer de condensator (afhankelijk van de uitvoering).
- Stel de toerenregelaar in (afhankelijk van de uitvoering).
- Controleer de uitgangsspanning van de toerenregelaar of de elektronische
printkaart (afhankelijk van de uitvoering).
- Controleer de goede werking van de druksensor(s) (afhankelijk van de
uitvoering) door een geringe overdruk of onderdruk te veroorzaken in de
drukmetingbuizen.
- Controleer de motor: sluit deze direct aan op een voeding van 230 V~.
Bovendien: bij een EC-motor (EasyVEC
®
Compact 2000 en
micro-watt en micro-watt + versies): zet de motor aan (neem contact op met
onze Technische Dienst)
Vervang het defecte onderdeel: de
condensator, de extra
druksensor (micro-watt + versie),
de toerenregelaar, de elektronische
printkaart of de motor
Te hoog toerental:
- Controleer de inschakelthermostaat van de brandbeveiliging en de bedrading
ervan (afhankelijk van de uitvoering)
- Controleer de goede staat, de stand en de elektrische aansluiting van de
drukmetingsbuizen (afhankelijk van de uitvoering), ontstop deze buizen.
- Controleer bovenstaande punten (als bij te laag toerental)
Vervang het defecte onderdeel:
de inschakelthermostaat (van de
brandbeveiliging). Zie hierboven (als
bij te laag toerental)
Het toerental verandert
niet afhankelijk van de
richtwaarde
- Controleer het luchtkanaalnetwerk op lekken.
- Controleer bovenstaande punten (net als bij te laag of te hoog toerental)
Zie hierboven (te laag, te hoog
toerental)
De ventilator draait de verkeerde
kant op
- Controleer de bedrading in de aansluitkast van de motor (EasyVEC
®
1000-
2500)
De werkstanden micro-watt +
en constant luchtdebiet zijn niet
meer beschikbaar (micro-watt
+ versie)
- Controleer de bedrading van de extra druksensor (micro-watt + versie)
Vervang de extra druksensor
(micro-watt + versie)
N° Betekenis Diagnose / Oplossingen
E.50 Terugmelding: motortoerental = 0 tpm Motor niet (goed) aangesloten of rotor geblokkeerd of motor defect
E.51 Terugmelding: motortoerental < 100 tpm De rotor loopt aan of de motor is defect
E.52
De ventilator kan de minimumdrukdrempel niet bereiken
Controleer het hele systeem (op lekkage en drukverliezen in het kanaalsysteem)
Controleer de goede staat en de elektrische aansluiting van de drukmetingsbuizen, ontstop deze.