EasyManua.ls Logo

AMA Rasaerba - Onderhoud en Opslag

AMA Rasaerba
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
54
(fi g.1)
- voordat u de maaihoogte afstelt;
-
iedere keer als u de grasopvangzak verwijdert
of opnieuw aanbrengt;
- voordat u benzine bijtankt.
21) Schakel de motor uit en koppel de bougiekabel los:
- voordat u enige werkzaamheden onder het maaidek
uitvoert of voordat u het uitwerpkanaal leegt;
- voordat u de grasmaaier controleert, schoon-
maakt of ermee werkt;
- nadat u op een vreemd voorwerp gestoten bent.
Controleer of de grasmaaier beschadigd is
en voer de nodige reparaties uit voordat u de
grasmaaier opnieuw gebruikt;
- als de grasmaaier op een ongebruikelijke ma-
nier begint te trillen (probeer onmiddellijk de
oorzaak van het trillen te vinden en probeer de
oorzaak te verhelpen).
D) ONDERHOUD EN OPSLAG
1) Gebruik de machine, uit veiligheidsoverwegingen,
nooit met onderdelen die versleten of beschadigd
zijn. De onderdelen moeten vernieuwd en niet
gerepareerd worden. Onderdelen van andere
kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen
gevaarlijk zijn voor de gebruiker.
2) Laat de bouten en de schroeven vastgedraaid zitten
om er zeker van te zijn dat de machine altijd op
een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regel-
matig onderhoud aan de grasmaaier pleegt zal
de werking van de maaier veilig blijven en zal het
prestatieniveau gelijk blijven.
3) Controleer de defl ector en de opvangzak regelmatig
zodat u kunt controleren of deze onderdelen vers-
leten of beschadigd zijn.
4) T
rek werkhandschoenen aan als u het mes demon-
teert en opnieuw monteert.
5) Zorg dat het maaimes opnieuw in balans wordt
gebracht nadat het mes geslepen is.
6) Als u de tank moet legen, dient u dit in de open lucht
te doen en terwijl de motor koud is.
7) Laat de motor eerst afkoelen voordat u de grasma-
aier opbergt.
8) Zet de grasmaaier niet met benzine in de tank in
een ruimte waar de benzinedampen met vlammen,
vonken of een warmtebron in aanraking zouden
kunnen komen.
9) Om het brandgevaar zoveel mogelijk te beperken
dient u de motor, de geluiddemper van het uitwerp-
mechanisme, de accubak en de benzinetank vrij
te houden van gras, bladeren of teveel vet. Laat
geen zakken of bakken met gemaaid gras in de
opslagruimte achter.
ONDERDELEN IDENTIFICATIE (fi g. nr. 1)
1. Chassis
2. Motor
3. Mes (maaiblad)
4. Defl ector
5. Opvangzak
6. Dashboard
7. Handgreep
8. Bedieningshendel rem
9. Bedieningshendel tractie
10. Versnellingshendel