428
Omstandigheden Correct gebruik Onjuist gebruik
Oneen wegom-
standigheden: ver-
keersdrempels/
trappen/oneen
wegdek
Rijd met matige snelheid Rijden met hoge snelheid
Buig de knieën enigszins voor een
beterde schokabsorptie bij het rijden
over oneenheden.
Gas geven op hobbels en
verkeersdrempels, trappen afdalen,
over obstakels springen, trottoirs
opklimmen, stijf rijden.
Gedrag:
in bochten,
op afdalingen,
nabij aanwezige
obstakels,
voertuigen en
voetgangers
Handhaaf een veilige afstand De veilige afstand niet in acht nemen
Stop met gas geven
Rem en verminder de snelheid
Gas geven
Rijd met matige snelheid en rem op
veilige wijze
Rijden bij hoge snelheid, plotseling
remmen
Let op voor portieren en andere op
hoogte aanwezige obstakels
Onder obstakels op hoogte
doorrijden
Zichtomstandig-
heden
Rijd alleen als er voldoende licht
is om veilig te kunnen rijden. In
geval van rijden bij ongunstige
lichtomstandigheden (vanaf
een half uur na zonsondergang,
gedurende de gehele duistere
periode en ook overdag wanneer de
weersomstandigheden het zicht op de
weg belemmeren, tijdens het rijden in
tunnels), moet de verlichting van het
product worden ingeschakeld en moet
u gebruik maken van een reflecterend
vest of reflecterende bretels.
Rijden bij ongunstige
lichtomstandigheden met
uitgeschakelde verlichting en zonder
gebruik van een reflecterend vest of
reflecterende bretels.
Weersomstandig-
heden
Rijden bij optimale
weersomstandigheden
Rijden onder ongunstige
omstandigheden:
bij regen, sneeuw, bij ijsvorming of
modder op de weg, harde wind, in
geval van mist.
Parkeren
In speciale gebieden, zonder hinder
voor het verkeer van voertuigen en
voetgangers
Overal, met hinder voor het verkeer
van voertuigen en voetgangers
Op vlakke oppervlakken, na controle
van de stabiliteit
Op oneen oppervlakken, zonder de
stabiliteit gecontroleerd te hebben
Schakel het product uit en gebruik altijd
een anti-diefstalsysteem
Het product ingeschakeld laten,
onbeheerd en zonder een anti-
diefstalsysteem