HANDLEIDING VOOR DE INSTALLATIE
NEDERLANDS
3) Drukken op de zendertoets die in het geheugen moet worden opgeslagen,
de led “RADIO” begint opnieuw te knipperen.
4) Om nog een zender in het geheugen in het geheugen op te slaan, de stappen
2) en 3) herhalen.
5) Om de geheugenmodus te verlaten, wachten tot de led’s volledig uit zijn.
10.3) PROGRAMMERING ZENDTOESTELLEN OP AFSTAND (Fig. 20)
1) Drukken op de verborgen toets (P1) van een reeds in standaardmodus in het
geheugen opgeslagen zender door middel van handmatige programme-
ring.
2) Drukken op de normale toets (T1-T2-T3-T4) van een reeds in standaardmodus
in het geheugen opgeslagen zender door middel van handmatige progra-
mmering.
3) Het hulplicht knippert. Binnen 10 sec. drukken op de verborgen toets (P1)
van een zender die in het geheugen moet worden opgeslagen.
4) Het hulplicht blijft continu aan. Drukken op de normale toets (T1-T2-T3-T4)
van een zender die in het geheugen moet worden opgeslagen.
De ontvanger verlaat de programmeringsmodus na 10 sec.; binnen deze tijd is
het mogelijk andere nieuwe zenders toe te voegen.
Voor deze modus is geen toegang tot het bedieningspaneel vereist.
10.4) ANNULERING ZENDERS (Fig. 20)
Om het geheugen van de besturingseenheid volledig te wissen, 10 secon-
den lang drukken op de knop “OK” in de besturingseenheid (de led “RADIO”
knippert). De succesvolle annulering van het geheugen wordt gesignaleerd
doordat de led “RADIO” continu aan blijft. Om de geheugenmodus te verlaten,
wachten tot de led’s volledig uit zijn.
11) MANOEUVRE VAN NOODGEVAL
Ingeval de elektrische energie ontbreekt of bij een defect van het systeem, moet
men om het manoeuvre manueel uit te voeren, aan het touwtje verbonden met
het wagentje trekken zoals op g.21. Voor garages zonder secundaire uitgang is
het verplicht een deblokkeerinrichting van aan de buitenkant te monteren met
een sleutel type Mod.SM1 (g.22) of Mod.SET/S (g.23).
12) NAZICHT VAN DE AUTOMATISERING
Voordat men de automatisering denitief operationeel maakt, moet men
zorgvuldig de volgende punten controleren:
• De correcte werking van alle veiligheidsinrichtingen controleren (micro-
eindaanslag, fotocellen, gevoelige boorden, enz.).
• Veriëren of de stoot (anti-verpletting) van de deur binnen de limieten ligt
voorzien door de normen in voege en in ieder geval niet te hoog in vergelijking
met de condities van installatie en gebruik.
• Veriëren of het rubberen element kettingaanspanner niet volledig wordt
samengedrukt tijdens het manoeuvre.
• De bediening van manuele opening veriëren.
• De operatie van opening en sluiting met aangebrachte bedieningsinrichtingen
veriëren.
• De elektronische logica van normale en verpersoonlijkte werking veriëren.
13) GEBRUIK VAN DE AUTOMATISERING
Gezien de automatisering op afstand kan bediend worden middels afstandsbedie-
ning of drukknop van start, en dus niet op het zicht, is het absoluut noodzakelijk
regelmatig de perfecte eciëntie van alle veiligheidsinrichtingen te controleren.
Voor gelijk welke anomalie van werking, snel ingrijpen en hierbij ook beroep
doen op gekwaliceerd personeel. Men raadt aan de kinderen op veilige afstand
te houden van de werkstraal van de automatisering.
14) BEDIENING
Het gebruik van de automatisering staat de opening en de sluiting van de
deur op gemotoriseerde wijze toe. De bediening kan van verschillend type zijn
(manueel, met afstandsbediening, controle toegangen met magnetische kaart,
enz.) naargelang de vereisten en de karakteristieken van de installatie. Voor de
verschillende systemen van bediening, zie de desbetreende instructies. De
gebruikers van de automatisering moeten opgeleid zijn voor wat betreft de
bediening en het gebruik.
15) ACCESSOIRES
SM1 Externe deblokkering aan te brengen op de bestaande krukspanjolet
van de klapdeur (g.22).
SET/S Externe deblokkering met ingetrokken handvat voor sectiedeuren max.
50mm (g.23).
ST Automatische deblokkering deurkettingen voor klapdeuren met veer.
Aangebracht op de bedieningsarm, haakt automatisch de laterale deu-
rkettingen van de deur los (g.24).
16) ONDERHOUD
Voor gelijk welke ingreep van onderhoud op de installatie, de voeding van het net
wegnemen en de batterij loskoppelen.
• Regelmatig (2 keer per jaar) de spanning van de ketting/riem veriëren.
• Af en toe de schoonmaak uitvoeren van de fotocellen indien geïnstalleerd .
• Door gekwaliceerd pesoneel (installateur) de correcte regeling van de elektro-
nische frictie doen veriëren.
• Voor gelijk welke anomalie van werking, die niet opgelost is, de voeding weg-
nemen van het systeem en de batterij loskoppelen. De ingreep vragen van
gekwaliceerd personeel (installateur). In de periode van buiten dienst stelling,
de manuele deblokkering activeren om de manuele opening en sluiting toe
te staan.
Indien de voedingskabel beschadigd is, moet deze vervangen worden door
de fabrikant of door zijn dienst van technische assistentie of in ieder geval
door een persoon met een gelijkwaardige kwlaicatie, teneinde alle risico’s te
voorkomen.
16.1) VERVANGING ZEKERING
OPGELET! De netspanning loskoppelen.
De rubberen bescherming wegnemen van de zekeringhouder. De te veranderen
zekering wegnemen (Fig.17 Ref.A) en deze vervangen met de nieuwe. Wanneer
de operatie beëindigd is, de rubberen bescherming opnieuw invoeren.
17) AFBRAAK
Opgelet: Uitsluitend beroep doen op gekwaliceerd personeel.
De eliminatie van de materialen moet uitgevoerd worden overeenkomstig de
normen in voege.
In geval van afbraak van de automatisering bestaan er geen bijzondere gevaren
of risico’s verbonden met de automatisering zelf.
Het is best, ingeval de materialen gerecupereerd worden, dat deze gescheiden wor-
den per typologie (elektrische, koperen, aluminium, plastic gedeelten, enz.).
18) ONTMANTELING
Opgelet: Uitsluitend beroep doen op gekwaliceerd personeel.
Ingeval de automatisering gedemonteerd wordt om vervolgens terug gemonteerd
te worden op een andere plaats, moet men:
• De voeding wegnemen en de hele externe elektrische installatie loskoppelen.
• In geval sommige componenten niet verwijderd kunnen worden of beschadigd
blijken te zijn, moet men zorgen voor hun vervanging.
De beschrijvingen en de illustraties van deze handleiding zijn niet van bin-
dende aard. De essentiële karakteristieken van het product onveranderd
latend, behoudt de Firma zich het recht voor op gelijk welk ogenblik de
wijzigingen aan te brengen die ze gepast acht om het product technisch,
constructief en commercieel te verbeteren, zonder de huidige pubblicatie
bij te werken.