EasyManua.ls Logo

Bosch ProControl Gateway - 2.2 Technische gegevens; 2.3 Reiniging en verzorging; 3 Installatie; 3.1 Montage

Bosch ProControl Gateway
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Installatie | 55
6 720 805 490 (2015/06)ProControl Gateway
2.2 Technische gegevens
2.3 Reiniging en verzorging
Indien nodig met een vochtige doek de behuizing schoon wrijven. Ge-
bruik daarbij geen scherpe of bijtende reinigingsmiddelen.
3 Installatie
3.1 Montage
Afdekking verwijderen ( afb. 3, pagina 98).
Module monteren ( afb. 4, pagina 98).
Module fixeren ( afb. 5, pagina 98).
3.2 Elektrische aansluiting
Aansluitingen en interfaces
Legenda bij afb. 6 en 7, pagina 99:
7,5 V DC Aansluiting adapter
CAN 1 Massa (GND)
CAN 2 CAN low
CAN 3 CAN high
HT Aansluiting 2-draads bussysteem
LAN Aansluiting LAN (RJ45)
RESET RESET-toets
TSW Schakelaar voor CAN-afsluiting
Tulen voormonteren en kabel aansluiten
Tulen passend voor de kabeldiameter openen en aan een zijde insnij-
den ( afb. 8, pagina 99).
Tulen monteren en kabel aansluiten (2-draads BUS:
afb. 9, pagina 99; CAN: afb. 10, pagina 99).
3.3 Aansluiting van de busverbindingen
Maximale totale lengte van de BUS-verbinding tussen alle deelnemers
van het betreffende BUS-systeem:
2-draads BUS:
80 m met max. 0,40 mm
2
aderdiameter
100 m met max. 0,50 mm
2
aderdiameter
150 m met max. 0,75 mm
2
aderdiameter
200 m met max. 1,00 mm
2
aderdiameter
300 m met max. 1,50 mm
2
aderdiameter
CAN:
30 m (afgeschermd, getwiste aders)
Geschikte kabel voor het betreffende BUS-systeem:
2-draads BUS: bijv. LiYCY 2 x 0,75 (TP)
CAN: 2 × 2 × 0,3 mm
2
; afgeschermd, getwiste aders
Om inductieve beïnvloeding te voorkomen: alle laagspanningskabels
gescheiden installeren van netspanningskabels (minimale afstand
100 mm).
2-draads BUS-systeem op module aansluiten
BUS-deelnemers met twee BUS-aansluitingen in serie schakelen
( afb. 6, pagina 99) of BUS-deelnemer [B] met een verdeeldoos
[A] in sterschakeling ( afb. 11, pagina 99) verbinden.
Als er inductieve externe invloeden zijn, moeten de kabels worden af-
geschermd.
Daardoor worden de kabels beschermd tegen externe invloeden zo-
als sterkstroomkabels, voeringskabels, transformatorstations, ra-
dio- en televisietoestellen, amateurzendstations, magnetrons en
dergelijke.
BUS-systeem CAN op module aansluiten
Sluit de afscherming van de CAN-kabel in de module aan op CAN 1
(massa).
Sluit een ader van een getwist aderpaar in de module aan op CAN 2
(CAN Low).
Sluit de tweede ader (van het getwiste aderpaar dat voor CAN 2
wordt gebruikt) in de module op CAN 3 (CAN High) aan ( afb. 7,
pagina 99).
Maak de CAN-verbinding met de warmtepomp
Zoek vrije aansluitingen voor CAN in de warmtepomp.
Wanneer geen vrije aansluiting in de warmtepomp beschikbaar is,
sluit dan de CAN-kabel aan met een andere toebehoren.
Sluit de afscherming (aarde) van de kabel aan op de aardaansluiting
van de warmtepomp.
Sluit de in de module op CAN 2 (CAN Low) aangesloten ader aan op
de warmtepomp op CANL (CAN Low).
Sluit de in de module op CAN 3 (CAN High) aangesloten ader in de
warmtepomp op CANH (CAN High) aan ( afb. 12, pagina 100).
Waarborg, dat het CAN-systeem correct is afgesloten.
Technische gegevens
Afmetingen (B × H × D) 151 × 184 × 61 mm (andere maten
afb. 2, pagina 98)
Nominale spanningen:
Bus-systeem
Bus-systeem CAN
Voedingsspanning van de
module
12 V tot 15 V DC (beveiligd tegen
ompolen)
0 V ... 5 V
Meegeleverde adapter
230V AC/7,5 V DC, 700 mA
Interfaces 2-draads BUS
CAN
LAN: 10/100 MBit/s (RJ45)
Opgenomen vermogen 1,5 VA
Toegestane omgevingstem-
peratuur
0 ... 50 °C
Beveiligingsklasse IP20
Tabel 41
Wanneer de maximale totale lengte van de BUS-verbin-
ding tussen alle BUS-deelnemers wordt overschreden, is
de inbedrijfstelling van de installatie niet mogelijk.
Wanneer in het 2-draads bussysteem een ringstructuur
aanwezig is, is de inbedrijfstelling van de installatie niet
mogelijk.
Waarborg via de juiste stand van de twee schakelaars
voor de CAN-afsluiting, dat het CAN-systeem correct is
aangesloten ( afb. 7, pagina 99).
Zet beide schakelaar op ON, wanneer de module een
eindpunt is.
Zet beide schakelaars op OFF, wanneer de module
op een aftakkingsleiding is aangesloten.
OPMERKING: 12 V- en CAN-aansluiting niet verwisse-
len!
De processoren worden beschadigd, wanneer 12 V op
de CAN wordt aangesloten.
Controleer de aansluiting van de drie aders op de
aansluitklemmen met de bijbehorende markeringen
op de printplaat.

Table of Contents

Related product manuals