57
Start Relay – actief of niet actief, meestal gebruikt voor het aansturen van het
relais (zie hoofdstuk “Startmotorblokkering”).
Ignition – actief uitgangssignaal als het contact via can-bus “aan” staat.
Lock – pulssignaal als het alarm van uit- naar in-geschakeld wordt gezet
(alleen DEFA handzender).
Unlock – pulssignaal als het alarm van in- naar uit-geschakeld wordt gezet
(alleen DEFA handzender).
Lock/Unlock pattern – mogenlijkheid voor meerdere pulsen tijdens lock of
unlock (alleen DEFA handzender).
Arming pulse – een pulssignaal dat gegeven wordt elke keer als het alarm een
inschakelsignaal ontvangt ook door OE-handzender.
Disarming pulse – een pulssignaal dat gegeven wordt elke keer als het alarm
een uitschakelsignaal ontvangt ook door OE-handzender.
Armed status – een actief signaal zolang als het alarm ingeschakeld is.
Disarmed status – een actief signaal zolang als het alarm uitgeschakeld is.
Deze functies kunnen afzonderlijk worden ingesteld voor het regelen van de timing, enz.
Startmotorblokkering (Stekker P1)
In sommige landen is deze aansluiting verplicht. Neem voor meer informatie contact op met
de Importeur.
Knip de draad van het contactslot naar de startrelais door. Sluit de rood/zwarte draad (pen
2) aan op de draad naar het contactslot en de wit/groene draad (pen 4) op de draad naar de
startrelais.
Dit relais kan worden aangestuurd als startmotorblokkering of als startblokkeersysteem.
De “Starterkill functie” verbreekt de verbinding tussen de twee kabels als het alarm ingeschakeld
wordt en brengt de verbinding weer tot stand als het alarm uitgeschakeld wordt.
De “Immobilizer functie” verbreekt de verbinding tussen de kabels als na het uit zetten van het
contact een bepaalde periode verstreken is. Als geen van de portieren van de auto geopend
wordt, wordt de verbinding tussen de kabels weer tot stand gebracht als het contact weer aan
gezet wordt, maar als er een portier geopend wordt, moet het systeem een uitschakelsignaal
ontvangen om de verbinding weer tot stand te kunnen brengen.
USB (Stekker P8)
Deze aansluiting wordt alleen gebruikt bij het programmeren van de alarmunit met de auto-
specieke instellingen of instellingen voor randapparatuur. Lees de instructies bij het DEFA
Express-systeem.
Sensoren en sirene op de LIN-bus
Alle componenten wordt aangesloten op de alarmunit via de LIN-bus (Stekker P6 en P7). Als
er mee dan twee apparaten moeten worden aangesloten, kan een DEFA LIN-splitter worden
gebruikt.
De componeneten op de LIN-bus worden automatisch gepaard met het alarm zodra er voor
het eerst spanning op de alarmunit wordt gezet en opgeslagen in de LIN-apparatentabel in
de alarmunit.*
DUTCH