95
NEDERLANDS
Klap de rechter pal voor de 22,5° afschuinhoek uit als u de rechter
22,5° afschuinhoek wilt instellen. Draai de vergrendelingsknop voor de
afschuinhoek los en trek de 0° afschuinstop
32
los zodat de 0° afschuinstop
wordt uitgeschakeld. Wanneer de zaag geheel naar rechts staat, draai
dan, als de aanwijzer van de afschuinhoek niet precies 22,5° aangeeft de
stelschroef
51
van de kroonlijst met de 10 mm zaagbladsleutel tot de
aanwijzer van de afschuinhoek precies 22,5°aangeeft.
Aanpassing van de langsgeleiding (Afb. A1)
Het bovenste gedeelte van de langsgeleiding kan worden aangepast zodat
speling ontstaat en de zaag een volledige afschuinhoek van 49° zowel links
als rechtshaalt.
1. U kunt de langsgeleidingen
11
aanpassen door de afstellingsknop
10
van de langsgeleiding los te draaien en de langsgeleiding naar buiten
teschuiven.
2. Probeer of de stand juist is door de speling te controleren met de
zaaguitgeschakeld.
3. Stel dat langsgeleiding af zo dicht mogelijk bij het zaagblad als praktisch
mogelijk is, voor een maximale ondersteuning van het werkstuk, zonder
dat de armbeweging omhoog en omlaag wordtverhinderd.
4. Zet de afstellingsknop van de langsgeleiding stevigvast.
5. Zet de langsgeleiding weer terug, wanneer de werkzaamheden van het
afschuinen zijnvoltooid.
Voor bepaalde zaagsneden kan het misschien beter zijn de
langsgeleidingen dichter bij het zaagblad te zetten. Zet hiervoor de
afstellingsknoppen
10
van de langsgeleiding los en verschuif de
langsgeleidingen dichter naar het zaagblad toe, voorbij de normale limiet,
en draai vervolgens de afstellingsknoppen van de langsgeleiding vast.
Probeer eerst of de stand juist is, zodat u zeker weet dat het zaagblad de
langsgeleidingen niet raakt.
Voor bepaalde zaagsneden kan het wenselijk zijn de schuivende
langsgeleiding te verwijderen. U kunt dat doen door de
afstellingsknoppen
10
van de langsgeleiding los te zetten en de
langsgeleiding geheel vrij van de grondplaatgeleiding te schuiven. Het
koord
36
voor de langsgeleiding voorkomt dat de langsgeleiding geheel
van de zaag wordt verwijderd en kwijt raakt. Plaats de langsgeleiding weer
wanneer de zaagsnede eenmaal is voltooid.
OPMERKING: Het spoor van de langsgeleidingen kan verstopt raken
met zaagsel. Reinig de geleidingsgroeven met een borstel of lucht onder
lagedruk.
Activering en zichtbaarheid van de beschermkap (Afb. X)
De onderste beschermkap
1
is ontworpen voor het automatisch vrijgeven
van het zaagblad wanneer de arm omlaag wordt gebracht en het bedekken
van de arm wanneer de arm omhoog wordtgehaald.
U kunt de beschermkap met de hand omhoog brengen wanneer u
zaagbladen monteert of verwijdert of als u de zaag wilt inspecteren. BRENG
DE onderste BESCHERMKAP NOOIT MET DE HAND OMHOOG ALS HET
ZAAGBLAD NIETSTILSTAAT.
Aanpassing van de railgeleiding (Afb. A1)
Controleer de rails
7
regelmatig op speling ofruimte.
De rechter rail kan worden aangepast met de stelschroef
5
. U kunt
de ruimte verkleinen met behulp van een 4 mm inbussleutel door de
stelschroef geleidelijk naar rechts te draaien terwijl u de zaagkop naar voren
en naar achterenschuift.
Afstelling van de verstekvergrendeling (Afb. A1, M)
De stang voor de verstekvergrendeling
57
moet worden aangepast als
de tafel van de zaag kan worden verplaatst wanneer de handgreep van de
verstekvergrendeling vast staat (omlaag).
1. Zet de handgreep van de verstekvergrendeling
19
in de niet-
vergrendelde stand (omhoog).
2. Draai met een 13 mm open steeksleutel, de vergrendelingsmoer
58
op
de de stang van de verstekvergrendelinglos.
3. Draai met een platte schroevendraaier de stang van de
verstekvergrendeling vast door deze naar rechts te draaien, zoals in
AfbeeldingM wordt getoond. Draai de vergrendelingsstang totdat deze
vastzit, draai vervolgens een slag naarlinks.
4. Zet de verstekvergrendeling weer vast op een niet-vooringestelde maat
op de verstekschaalverdeling – bijvoorbeeld, 34° – en zorg ervoor dat
de tafel nietdraait.
5. Zet de vergrendelingsmoervast.
Voordat u het gereedschap in gebruik neemt
• Plaats de verlengingen van de onderplaat aan beide zijden van de
onderplaat van de zaag. Raadpleeg het gedeelte De verlengingen van
de onderplaatmonteren.
• Controleer de kap van de beschermende riem op beschadiging en
controleer de juiste werking van de onderstebeschermkap.
• Het is belangrijk dat u de zaagplaat gebruikt. Gebruik de machine niet
als de zaagsleuf breder is dan 12mm.
• Plaats het juiste zaagblad. Gebruik geen zeer versleten zaagbladen. De
maximale rotatiesnelheid van het gereedschap mag niet hoger zijn dan
die van hetzaagblad.
• Controleer dat alle vergrendelingsknoppen en
klemhandgrepenvastzitten.
• Gebruik een uitrusting voor persoonlijke bescherming en sluit de zaag
aan op een extern systeem voorstofafzuiging.
• U kunt met deze zaag hout en vele nonferro-materialen zagen, maar
deze bedieningsinstructies gelden alleen voor het zagen van hout.
Dezelfde richtlijnen gelden voor de andere materialen. Zaag niet ferro-
materialen (ijzer en staal), vezelcement of metselwerk met deze zaag!
• Probeer niet al te kleine werkstukken tezagen.
• Zet het werkstuk goedvast.
• Geef het zaagblad ruimte om te zagen. Oefen er geen kracht opuit.
• Laat de motor eerst geheel op snelheid komen voordat u met
zagenbegint.
BEDIENING
Instructies voor gebruik
WAARSCHUWING: Houd u altijd aan de veiligheidsinstructies en van
toepassing zijndevoorschriften.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op letsel te verminderen
schakelt u het apparaat uit en sluit u de stroombron van de
machine af voordat u accessoires installeert of verwijdert,
voordat u instellingen aanpast of wijzigt, of als u reparaties
uitvoert. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar in de OFF (UIT) positie
staat. Het onbedoeld opstarten kan letselveroorzaken.
Raadpleeg Zaagblden bij Optionele accessoires en selecteer het zaagblad
dat het meest geschikt is voor uwwerkzaamheden.
Ensure the machine is placed to satisfy your ergonomic conditions in terms
of table height and stability. The machine site shall be chosen so that the
operator has a good overview and enough free surrounding space around
the machine that allows handling of the workpiece without anyrestrictions.
Beperk de gevolgen van trillingen, zorg ervoor dat de
omgevingstemperatuur niet te laag is, de machine en de accessoires
goed zijn onderhouden en het formaat van het werkstuk geschikt is voor
dezemachine.
Raadpleeg het naamplaatje voor de spanning. Let erop dat het snoer u niet
in de weg zit tijdens hetwerken.
Juiste stand van lichaam en handen (Afb. N1, N2)
WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig persoonlijk letsel, Zet
ALTIJD uw handen in de juiste stand, zoals in Afb. N1 wordtgetoond.
WAARSCHUWING: Om het risico op ernstig persoonlijk letsel te
verminderen, houdt u het ALTIJD stevig vast, anticiperend op een
plotselingreactie.