NL
- 87 -
•
Draai de spanhefboom (17) met de klok mee,
daardoor wordt de V-riem (26) ontspannen
(afb. 20a).
•
Zet de V-riem om al naargelang het gewenste
toerental.
•
De toerentallen kunt u afleiden uit de tabel
(afb. 21).
•
Span de V-riem weer door de spanhefboom
tegen de klok in te draaien (afb. 20b).
Aanwijzing: De spanning is juist ingesteld,
wanneer de V-riem in het midden ca. 1 cm
kan worden doorgedrukt.
•
Draai daarna de spanschroef aan de machi-
nekop weer vast.
•
Sluit de afdekking van de V-riem en schroef
hem weer vast met de afsluitschroef.
Aanwijzing: De afdekking van de V-riem moet
altijd vast zijn gesloten, aangezien de machine is
uitgerust met een veiligheidsschakelaar en daa-
rom alleen kan worden ingeschakeld bij gesloten
afdekking.
Gevaar! De boormachine nooit laten lopen met
geopende V-riemafdekking. Alvorens het deksel
te openen altijd de netstekker uittrekken. Nooit in
lopende V-riemen grijpen.
6.6 Boordiepteaanslag (afb. 22)
De boorspil bezit een verdraaibare schaalring om
de boordiepte in te stellen. Instelwerkzaamheden
alleen uitvoeren bij stilstand.
•
Boorspil (11) naar beneden drukken, tot de
boorpunt op het werkstuk rust.
•
Klemschroef (14) losdraaien en schaalring
(25) tot aan de aanslag naar voor draaien.
•
Schaalring terugdraaien tot de gewenste
boordiepte en fixeren met de klemschroef.
6.7 Schuine stand van de boortafel instellen
(afb. 23)
•
Binnenzeskantschroef (28) onder de boorta-
fel losdraaien met de meegeleverde binnen-
zeskantsleutel (29).
•
Boortafel (4) instellen op de gewenste hoek-
maat.
•
Binnenzeskantschroef weer vast aandraaien
om de boortafel in deze positie te fixeren.
6.8 Hoogte van de boortafel instellen (afb. 24)
•
Klemschroef (5) losdraaien.
•
Boortafel (4) met behulp van de handkruk
(31) in de gewenste positie brengen.
•
Klemschroef weer vastdraaien.
6.9 Werkstuk spannen
Span werkstukken in principe met een machi-
nebankschroef of een geschikt spanmiddel.
Werkstukken nooit vasthouden met de hand! Bij
het boren moet het werkstuk op de boortafel (4)
beweeglijk zijn, opdat het zichzelf kan centreren.
Werkstuk absoluut beveiligen tegen verdraaien.
Dit gebeurt het best door het werkstuk resp. de
bankschroef tegen een vaste aanslag aan te
leggen.
Gevaar! Stukken plaat moeten worden inge-
spannen, opdat ze niet omhoog kunnen worden
getrokken. Stel de hoogte en de schuine stand
van de boortafel al naargelang het werkstuk juist
in. Tussen de bovenkant van het werkstuk en de
boorpunt moet voldoende afstand blijven.
6.10 Werksnelheden
Let bij het boren op het juiste toerental. Dit is af-
hankelijk van de boordiameter en het materiaal.
De tabel hieronder helpt u bij de keuze van to-
erentallen voor de verschillende materialen.
Bij de vermelde toerentallen betreft het slechts
richtwaarden.
Ø boor Grjis gietwerk Staal IJzer Aluminium Brons
3 2550 1600 2230 9500 8000
4 1900 1200 1680 7200 6000
5 1530 955 1340 5700 4800
6 1270 800 1100 4800 4000
7 1090 680 960 4100 3400
8 960 600 840 3600 3000
9 850 530 740 3200 2650
10 70,85 480 670 2860 2400
11 700 435 610 2600 2170
12 640 400 560 2400 2000
13 590 370 515 2200 1840
14 545 340 480 2000 1700
16 480 300 420 1800 1500
18 425 265 370 1600 1300
20 380 240 335 1400 1200
22 350 220 305 1300 1100
25 305 190 270 1150 950
Anl_TC-BD_630-1_SPK13.indb 87Anl_TC-BD_630-1_SPK13.indb 87 18.01.2023 11:22:0318.01.2023 11:22:03