GEBRUIKSAANWIJZING
1. Lees deze gebruiksaanwijzing en volg nauwlettend de
instructies
2. Stop de lader in het stopcontact. Het lampje op de voorkant
van de lader gaat branden.
3. Verbind eerst de rode klem met de positieve pool (+) en dan de
zwarte klem met de negatieve (-). Als de lader correct aange-
sloten is, gaat het gele LED lampje (het groene in geval de
“power supply” gekozen is) gedurende ongeveer 3 seconden
knipperen. Als de klemmen niet correct zijn aangesloten, gaat
het rode LED lampje branden. In dat geval moet u de verbindin-
gen nakijken.
4. Kies de correcte modus (Ah, GEL/AGM/standaard)(*) door
de knop herhaaldelijk in te drukken tot het LED lampje naast
de gewenste functie knippert of kies voor de “power supply”
functie.
5. Het laden/de stroomvoorziening begint automatisch na 3 se-
conden. Het LED lampje stopt met knipperen en gaat constant
geel oplichten. Het grote lampje vooraan gaat uit.
6. Als de accu volledig geladen gaat het LED lampje over van
constant geel naar constant groen. In de 13.7V “power supply”
functie blijft de lamp groen oplichten.
7. Na het beëindigen van het laadproces kan men de lader
uitschakelen en de accu afkoppelen, of men kan de accu en
de lader aangesloten houden, zodat de accu op spanning
gehouden blijft.
8. Het laden kan steeds onderbroken worden door de stekker uit
het stopcontact te halen.
9. Wenst u de accu na het laden af te koppelen, dan moet u eerst
de stekker van de lader uit het stopcontact halen. U kunt de
lader in de trommel opbergen.
(*) De capaciteit van de accu is meestal op het label van de accu
vermeld, net zoals de begrippen “Gel” of “AGM”, indien van
toepassing. AGM/Gel accu’s zijn volledig gesloten en hebben een
veiligheidsventiel. Het zuur is omgevormd tot een gel of is ge-
bonden in een vlies. “Standaard” of “klassieke” lood-zuur accu’s
hebben vloeibaar zuur tussen de platen.