26
NL
4. BEDIENING
Gebruik van de afkortzaagmachine
Fig. 1
Controleer de machine altijd voor gebruik
op mankementen en/of defecten!
• Steldegewenstezaaghoekeninvandevande
machine.
• Steekdestekkerinhetstopcontact.
• Klemhetmateriaalmetwerkstukklem(7):zorg
dat het materiaal goed stevig ingeklemd is!
• Houdhetmateriaalaandelinkerkantstevig
vast, zorg hierbij dat u een veilige afstand
houdt van het zaagblad.
• Zetnudemachineaanmetschakelaar(1).
• Zorgdathetzaagbladopsnelheidisvoordat
deze het werkstuk raakt.
• Bedienknop(3)omdebeschermkap-
vergrendeling op te heffen.
• Beweegdezaagmachinenurustignaar
beneden, zodat het zaagblad door het werkstuk
zaagt en in de gleuf van de tafel loopt. Oefen
geen druk uit op het zaagblad. Geef de machine
de tijd om door het werkstuk heen te zagen.
• Beweegdemachinerustigweeromhoogen
schakel de zaagmachine uit door het loslaten
van de schakelaar (1).
Gebruiken van de laser
Fig. 2
• Omdelaserinteschakelen,druktudeaan/
uit-schakelaar 2 in.
• Omdelaseruitteschakelen,laatudeaan/uit-
schakelaar 2 los.
5. Service & onderhoud
Zorg dat de machine niet onder spanning
staat wanneer onderhoudswerkzaam-
heden aan het mechaniek worden
uitgevoerd.
De machines zijn ontworpen om gedurende
lange tijd probleemloos te functioneren met een
minimum aan onderhoud. Door de machine
regelmatig te reinigen en op de juiste wijze te
behandelen, draagt u bij aan een hoge levensduur
van uw machine.
Reinigen
Reinig de machine-behuizing regelmatig met een
zachte doek, bij voorkeur iedere keer na gebruik.
Zorg dat de ventilatiesleuven vrij van stof en
vuil zijn. Gebruik bij hardnekkig vuil een zachte
doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik geen
oplosmiddelen als benzine, alcohol, ammonia,
etc. Dergelijke stoffen beschadigen de kunststof
onderdelen.
Probleem oplossing
1. De motor slaat niet aan
• Destekkerzitnietinhetstopcontact.
• Hetsnoerisonderbroken.
• Deschakelaarisdefect/bieddemachine
ter reparatie aan bij uw dealer.
2. De zaagsnede is niet effen (uitgerafeld)
• Hetzaagbladmoetwordenaangescherpt.
• Hetzaagbladisachterstevoren
gemonteerd.
• Hetzaagbladisaangeladenmetharsof
zaagsel.
• Hetzaagbladisnietgeschiktvoordeze
bewerking.
3. De hoogte en/of verstekhendel zit
geblokkeerd
• Zaagselenstofmoetenwordenverwijderd.
4. De motor bereikt moeilijk het maximum
toerental
• Deverlengkabelistedunen/oftelang.
• Denetspanningislagerdan230V.
5. De machine trilt overmatig
• Hetzaagbladisbeschadigd.
6. De machine wordt overmatig warm
• Deventilatiesleuvenzijnverstopt/maakze
schoon met een droge doek.
7. De elektromotor loopt onregelmatig
• Dekoolborstelszijnversleten/vervangde
koolborstels of raadpleeg uw dealer.
Smeren
De machine heeft geen extra smering nodig.