750 en 1000 l: De sensors kunnen afzonderlij k worden gepositioneerd met behulp van het
sensorverbindingsblok; dit is echter afhankelij k van de eisen van de fabrikant van de boiler/
zonne-energie-installatie. Door de specifi eke contouren van de isolatie kan het noodzakelij k zij n
om de sensors aan de watertoevoerzij de te installeren of deze daar naartoe te verplaatsen. De
temperatuur kan van de meegeleverde thermometer worden afgelezen. Deze moet aan de
voorzij de van de eenheid worden bevestigd in de G½ fi tting.
1500 en 2000 l: Er zij n twee G¾-fi ttingen aan de voorzij de van de eenheid voor de bevestiging van
de sensors (in dompelbuizen) of thermostaten, al naar gelang wat van toepassing is. Nogmaals,
de hoogte van het onderdeel bepaalt het schakelpunt voor opnieuw verwarmen. De temperatuur
kan van de meegeleverde thermometer worden afgelezen. Deze moet aan de voorzij de van de
eenheid worden bevestigd in de G½ fi tting.
Breng, indien van toepassing, geschikte bescherming tegen brandwonden bij de heetwateruitlaat
aan.
Breng tenslotte het meegeleverde typeplaatje op een zichtbare plaats aan.
4. Schuimisolatie aanbrengen (vanaf 750 l)
Er zullen maximaal drie personen nodig zij n om de isolatie aan te brengen, afhankelij k van de
grootte van de indirect verwarmde boiler. In het geval van variaties die bedoeld zij n voor montage
achteraf (deze hebben speciale labels), kan de interne installatie plaatsvinden voordat de isolatie
wordt aangebracht.
1. De isolatie moet vóór gebruik tot kamertemperatuur worden verwarmd (R). Het
uitzettingsgedrag van het isolatieoppervlak verandert in het geval van lage kamer- en/of
omgevingstemperaturen. Voor oppervlakken van PVC: Montage kan alleen plaatsvinden indien
de isolatie de aanbevolen temperatuur van ca. 20 °C (S) heeft bereikt. De montage kan
bij zonder moeilij k zij n en zelfs onmogelij k, indien deze temperatuur niet wordt bereikt.
2. De geperforeerde uitsnij dingen moeten volgens de aanwij zingen worden uitgesneden met een
geschikt mes, voordat de isolatie wordt aangebracht (R). De isolatie kan voor verschillende
indirect verwarmde boileruitvoeringen worden gebruikt. Let erop welke delen u nodig hebt!
3. Plaats de isolatie over uitsnij dingen/inspectiefl enzen enz., en leg de isolatie gelij kmatig
rondom de indirect verwarmde boiler (S). Begin in het midden van de isolatie en strij k en klop
deze met de vlakke hand gelij kmatig in beide richtingen zodat deze goed tegen het oppervlak
van de indirect verwarmde boiler komt te zitten, zonder luchtbellen (T).
4. Maak de ritssluiting/instelbare haken (eerste of tweede rustpositie) langzaam dicht terwij l u de
schuimoppervlakken (W) naar elkaar toe duwt.
5. Indien nodig kunt u de isolatie aanpassen door er met de vlakke hand op te kloppen en de
haakstroken opnieuw aan te halen, indien van toepassing (T).
6. Breng de afdichtringen in de uitsnij dingen aan en breng de diepgetrokken afdekking aan of
maak het deksel van polystyreen vast met een schuine klemband (Y)
7. Lij m of monteer de rozetten op hun plaats en breng alle fl ensisolatie zoals gewenst aan (Y).
8. Aanvullende montage van de indirect verwarmde boiler dient plaats te vinden in
overeenstemming met de installatie-instructies en van toepassing zij nde technische
voorschriften (Z).
Waarschuwing: gebruik geen buigtangen, spanriemen, enz.!
Waarschuwing: stel de isolatie niet bloot aan open vuur, aangezien deze brandbaar is. Handhaaf
minimum afstanden ten opzichte van warmtebronnen.
5. Verdere informatie
Er wordt geen aansprakelij kheid geaccepteerd voor schade als gevolg van het niet naleven van de
installatie- en bedieningsinstructies.
De vereiste onderhoudsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd door specialisten of door de
gebruiker, op basis van plaatselij ke bedrij fsomstandigheden en standaards die gebaseerd zij n op
ervaring. Het systeem moet worden onderworpen aan jaarlij kse inspecties en documentatie,
binnen het kader van een overeenkomst.
Draag bij het reinigen van de binnenzij de van de eenheid altij d veiligheidshandschoenen. Na het
reinigen moet de fl ensafdichting worden vervangen.
Het reservoir moet zodanig zij n aangebracht dat het eenvoudig toegankelij k is voor onderhoud,
bediening, eventuele reparaties en vervangingen. De bouwkundige maatregelen die hiervoor nodig
zij n vallen niet onder de verantwoordelij kheid van de fabrikant of de verantwoordelij ke distributeur.
Bovendien moeten er voorzieningen worden gemaakt voor het veilig opvangen en afvoeren van
water in het reservoir, om waterschade te voorkomen.
Waarschuwing: er kan heet water uit de veiligheidsventielen ontsnappen of tij dens het legen van
het reservoir. Gevaar - risico op brandwonden. De bediener van het systeem moet voorkomen dat
ongetrainde personen in gevaar worden gebracht.
Inspecteer de magnesiumanode na twee jaar bedrij f en daarna om het jaar, en vervang de anode
indien nodig.
In gebieden met hard water kan een in de handel verkrij gbare ontkalker worden geïnstalleerd,
aangezien de fabrikant van de indirect verwarmde boiler niet verantwoordelij k is voor de
natuurlij ke opbouw van kalkaanslag.
In principe moet de minimale conductiviteit van 100 µS/cm worden aangehouden, en hetzelfde
geldt voor de overige eigenschappen van water die gegarandeerd zij n in de relevante wetgeving
inzake tapwater. Bij twij fel moet de fabrikant worden geraadpleegd.
Sedimentopvangers worden aanbevolen voor zowel tapwater- als warmwatersystemen. Deze
moeten ook regelmatig worden geïnspecteerd in overeenstemming met de eisen van het systeem.
Vermij d elektrochemische corroderende invloeden, zoals bij v. in gemengde installaties.
Schema van de tapwateraansluiting:
13