NEDERLANDS
63
Schakel de pomp uitsluitend aan wanneer hij ondergedompeld zit in het water met een dompeldiepte van minstens
12 cm. Indien er geen water meer is, dient de pomp onmiddellijk uitgeschakeld te worden door de stekker uit het
stopcontact te halen.
De pomp moet stabiel staan in een opvangputje of in ieder geval op het laagste punt van de ruimte van installatie.
De put moet de volgende minimale afmetingen hebben:
Min. afmetingen basis min. (mm) 150x150 / min. hoogte (mm) 800 Afbeelding 2
De afmetingen van de put moeten steeds in verhouding zijn met de hoeveelheid aangevoerd water en het
pompdebiet, zodat de motor niet te vaak moet opstarten per uur. Het wordt strikt aanbevolen om niet meer dan 20
keer op te starten per uur.
De pomp moet worden geïnstalleerd in verticale positie!
7. ELEKTRISCHE AANSLUITING
De lengte van de voedingskabel die op de pomp aanwezig is beperkt de maximale dompeldiepte bij het
gebruik van de pomp zelf. Respecteer de aanduidingen op het typeplaatje en in deze handleiding, tabel
3.
8. STARTEN
De elektronica bestuurt automatisch het aan- en uitschakelen (ON/OFF) van de pomp in functie van de waterbehoefte van
de gebruiker.
De elektronica beschermt de pomp tegen droogdraaien.
Aanzuigfase: in de aanzuigfase doet de pomp vier pogingen van 30” (motor ON) met daartussen een pauze van 3”
(motor OFF). Indien er geen water is, stopt de pomp een uur en doet daarna een nieuwe aanzuigpo-ging. Als deze
poging mislukt, zal de pauze 5 uur duren, waarna de pomp elke 24 uur opnieuw een aanzuigpo-ging uitvoert tot het
waterpeil voldoende is om normale werking mogelijk te maken.
Normale Werking Als bij normale werking voor een periode van 40 seconden het waterverbruik minder is dan de
minimumwateropbrengst, komt de pomp in alarm en stopt 1 uur. Als het waterpeil daarna onvoldoende blijft, komt de
pomp de aanzuigfase.
De elektronica beschermt de pomp tegen defecten aan de antiterugslagklep (VNR), die over het algemeen het gevolg
zijn van uit vuil of zand bestaande korstvormingen. De korsten hebben ten gevolge dat de VNR niet kan sluiten; dus blijft
de apparatuur werken, ook als er geen water is. In ons geval stopt de pomp automatisch elk uur; als alles normaal is,
bespeurt de gebruiker alleen maar een uiterst kleine drukdaling die slechts enkele seconden duurt. Als de VNR
daarentegen geblokkeerd is, komt de pomp in alarm en kan dan alleen opnieuw in bedrijf worden gesteld, nadat de
oorzaken van de verstopping zijn weggenomen.
Controle debiet:
De controlefunctie van het debiet schakelt de pomp uit indien er te weinig water wordt opgezogen. Mochten er lekken
optreden op de drukzijde (vb. niet dichte waterkraan of slang), dan zal de pomp aan- en uitschakelen volgens korte
intervallen. Indien de pomp in 2 minuten meer dan 7 maal aan- en uitschakelt (bij lekken < 6 l /h), dan zal de pomp
volledig worden uitgeschakeld. Nadat de lek aan de drukzijde werd geëelimineerd, moet de pomp worden uit- en terug
aangeschakeld om opnieuw te kunnen werken.
De ideale bedrijfssituatie doet zich voor wanneer de pomp helemaal onder water is; toch biedt het koelsysteem van de
motor de mogelijkheid de pomp gedurende korte tijd tot de minimumaanzuighoogte (50 mm) te gebru-iken.
De pomp is voorzien van een roestvrijstalen filter om afvalresten tegen te houde.
9. VOORZORGSMAATREGELEN
BEVRIEZINGSGEVAAR: wanneer de pomp buiten werking blijft bij een temperatuur lager dan 0°C, moet men er voor
zorgen dat er geen waterresten in de pomp kunnen bevriezen, waardoor er barsten zouden kunnen ontstaan in de
plastic onderdelen.
Indien de pomp werd gebruikt met vloeistoffen die neerslaan of met bleekwater, dan moet ze na gebruik worden
gespoeld met behulp van een krachtige waterstraal, om neerslag- of korstvorming te vermijden, wat zou leiden tot de
vermindering van de pompprestaties.
10. VOORZORGSMAATREGELEN
Bij de normale werking vereist de elektropomp geen enkel onderhoud In ieder geval mogen alle reparaties en
onderhoudswerkzaamheden pas worden uitgevoerd nadat de pomp is afgekoppeld van het voedingsnet.
Verzeker u er bij het starten van de pomp altijd van dat het aanzuigfilter gemonteerd is, zodat er geen gevaar of
mogelijkheid bestaat van toevallige aanraking van de bewegende onderdelen.