NEDERLANDS
64
10.1 Schoonmaken aanzuigfilte
De elektrische voeding van de
pomp uitschakelen.
De pomp aftappen.
Schoonmaken met waterstraal en
borstel.
10.2 Reiniging van de roto
De elektrische voeding van de pomp
uitschakelen.
De pomp aftappen.
Draai de 8 bevestigingsschroeven op
de filterbasis los Afbeelding 3.
Verwijder de basis en filter Afbeelding4
Houd het vliegwiel vast en draai de
moer los Afbeelding 5.
Verwijder het vliegwiel, het spruitstuk,
de ring en o-ring.
Doe dit voor alle vliegwielen.
De pomp afwassen met schoon water
om vuil dat mogelijk tussen de motor
en de pompmantel zit te verwijderen.
De rotor schoonmaken.
Controleren of de rotor vrij kan
draaien.
De onderdelen in elkaar zetten door de
demontagewerkzaamheden
omgekeerd uit te voeren.
10.3 Schoonmaken NRV
(Afbeelding 6)
De elektrische voeding van
de pomp uitschakelen.
Verwijder het handvat door
de 2 bevestigingsschroeven
los te draaien Afbeelding 6.
Draai de 6 schroeven op het
deksel aan de perszijde los
Afbeelding 7.
Verwijder het deksel aan de
perszijde en de zandfilter
Afbeelding 8.
Verwijder de terugslagklep
en maak hem schoon door
het aanwezig vuil te
verwijderen Afbeelding 9
Monteer de onderdelen
terug in de omgekeerde
volgorde
11. PROBLEMEN OPSPOREN
Voordat begonnen wordt met het opsporen van storingen, moet de pomp eerst losgekoppeld worden
van het elektriciteitsnet (door de stekker uit het stopcontact te halen). Indien de voe-dingskabel of een
elektrisch onderdeel van de pomp beschadigd zijn, mogen deze alleen door de fabrikant of diens
technische klantenservice of door een iemand met gelijke bevoegdheid.
Storingen Controle (mogelijke oorzaken) Remedie
De pomp start niet op A. De pomp is niet gevoed
B. Terugslagklep geblokkeerd in open stand
C. Geen water
A. Controleer de voeding.
B. Maak de terugslagklep schoon
C. Herstel het waterniveau
Er is geen
wateropbrengst
A. Het aanzuigrooster of de leidingen zijn verstopt.
B. De waaier is versleten of geblokkeerd.
C. De vereiste opvoerhoogte is hoger dan die van
de pomp.
A. Zorg voor ontstopping.
B. Vervang de waaier of neem de
blokkering weg.
De wateropbrengst is
onvoldoende.
A. Controleer of het aanzuigrooster niet
gedeeltelijk verstopt is.
B. Controleer of er geen verstoppingen of korsten
in de waaier of persleiding aanwezig zijn.
A. Verwijder eventuele
verstoppingen.
B. Verwijder eventuele
verstoppingen.
De pomp stopt (mogelijk
door inwerkingtreding
van de
oververhittingsbeveiliging
van de motor)
A. Controleer of de te verpompen vloeistof niet te
dik is, omdat dit oververhitting van de motor
teweeg zou kunnen brengen.
B. Controleer of de temperatuur van het water niet
te hoog is.
C. Controleer of de waaier niet door een voorwerp
geblokkeerd wordt.
D. Stroomvoorziening niet conform de gegevens
op het pompplaatje.
A.B.C.D. Haal de stekker uit het
stopcontact en neem de oorzaak
van de oververhitting weg, wacht
totdat de pomp is afgekoeld en
steek de stekker weer in het
stopcontact.
12. GARANTIE
Elke wijziging waarvoor geen voorafgaande toestemming verkregen is, ontheft de fabrikant van iedere
verantwoordelijkheid. Alle vervangingsonderdelen die worden gebruikt bij reparaties moeten originele
onderdelen zijn, en alle accessoires moeten geautoriseerd zijn door de fabrikant, zodanig dat de maximale
veiligheid van de machines en van de installaties waarop zij gemonteerd kunnen worden, wordt
gewaarborgd.
Dit product wordt gedekt door een wettelijk voorziene garantie (in de Europese Gemeenschap gedurende 24 maanden,
met ingang op de aankoopdatum) voor alle storingen te wijten aan fabricagefouten of gebruikt materiaal.
Het product kan gratis worden vervangen door een perfect werkend product of gratis worden hersteld wanneer de
volgende condities zich voordoen:
Het product correct werd gebruikt, conform de instructies en er geen poging werd ondernomen voor herstelling
door de koper zelf of derden.
Het product werd overhandigd aan het verkooppunt, samen met het aankoopbewijs (factuur of kassabon) en
een korte beschrijving van het opgetreden probleem.
Het vliegwiel en de onderdelen onderhevig aan slijtage worden niet gedekt door de garantie. De uitvoering van
interventies tijdens de garantieperiode resulteert nooit in de verlening van deze periode.