x Kabel los.
2.
Druk de overlastbeveiliging voor de gebruikte uitgang.
3. Controleer de be
drading.
4.
Controleer of een kortsluiting of een overbelasting aanwe
zig is.
Inspectie en onderhoud
Voor een perfecte functie en lange levensduur van de generator is regelmatig
schoonhouden en onderhoud van groot belang.
Rook niet tijdens de hierna aangegeven werkzaamheden.
Werk nooit in de buurt van vonken, vlammen of open vuur.
Regelmatig uit te voeren onderhouds- en inspectiewerkzaamheden
Luchtfilter
Het luchtfilter moet na elke 50 bedrijfsuren gereinigd worden.
x
Maak de 2 zeskantschroeven los.
x
Verwijder he
t deksel.
x
Verwij
der het luchtfilter.
x
Reinig het filter met spiritus
of ethanol.
x
Op het luchtfilter een gering aantal oliedruppels aanbrengen en het filter same
ndrukken.
x Filter weer terugplaatsen en dan de behuizing plaatsen.
Brand
stofzeef
x Verwijder het deksel van de olievulopening.
x
Neem het brandstoffilter van de olievulopening
.
x
Reinig het filter met spiritus
of ethanol.
x
Droog het filter met een zachte do
ek.
x
Plaats het filter terug in de olievulopening
.
x Plaats het deksel terug op de olievulopening.
O
lieverversing
x Motor warm laten lopen.
x Olievuldop los schroeven.
x
Aftapschroef verwijderen en de olie in een daarvoor geschikte ba
k aftappen.
x
Dichtingen controleren en indien nodig, vervange
n.
x
De aftapschroef terugplaatsen en
met nieuwe olie vullen.
x Olievuldop weer terugplaatsen.
Veiligheidsinstructies voor inspe
ctie en onderhoud
Enkel een regelmatig onderhouden en een goed verzorgde machine kan een tot tevredenheid werkend
hulpmiddel zijn. Onderhoud- en verzorgingsgebreken kunnen tot onvoorziene ongevallen en letsels leiden.
Inspectie- en onderhoudsschema
Tijdsinterval Beschrijving Eventuele
overige details
Voor elk gebruik:
x Oliestand van de motorolie controle
ren.
Na 1 maand en na 6
maanden
x
Motorolie verversen.
Elke 3 maanden/
50 bedrijfsuren
x Luchtfilter reinigen of vernieuwen, indien nodig.
Elke 6 maanden
x Brandstofkraan en filter re
inigen; indien nodig, vervangen.
Elke 12 maanden
x De ventielafstand controleren en
eventueel instellen.
Bij afgekoelde
motor
Voor elk gebruik:
x Brandstofkraan en slang op scheuren en andere be
schadigingen controleren; indien
nodig, vervangen.
Voor elk gebruik:
x Uitlaatinstallatie op gaten controleren; indien nodig, afdichten, resp
. onderdelen