22
ELEKTRISCHE BEDRADING
16.2. AANSLUITING VAN ELEKTRISCHE BEDRADING VOOR BUITENUNIT
AANSLUITING VAN ELEKTRISCHE BEDRADING
De aansluiting van de elektrische bedrading voor de
buitenunit wordt hieronder weergegeven.
1. Sluit de netvoedingskabels voor de driefase-units op de
terminalkaart en de aardedraden naar de terminals aan
op L1, L2, L3 en N (voor 380-415 V/50Hz) in de
elektrische regelkast.
2.Sluit de bedrading tussen de binnen- en buitenunits aan
op de terminals 1 en 2 op de terminalkaart.
3. Breng geen bedrading aan vóór de bevestigingsschroef
van het onderhoudspaneel. Als u dit wel doet, kan de
schroef niet meer worden verwijderd.
RAS-5~20HP
RAS-24~30 HP
Ó
LET OP:
Bevestig de afgeschermde kabels voor bediening
tussen de binnen- en buitenunit slechts op één punt
met snoerbinders. Afgeschermde kabels mag u
alleen aansluiten op de aardedraad van de
binnenunit.
4. Controleer het volgende item voordat u de
hoofdschakelaar aan zet. Als de voedingsbron voor de
buitenunit 415 V is (nominale spanning), wijzigt u CN4 &
CN6 (aansluiting) in CN5 & CN7 van transformator (TF1
& 2) in de elektrische controlekast, zoals aangegeven in
de volgende afbeelding.
16.3. DIP-SCHAKELAARS INSTELLEN VOOR BUITENUNIT
Aantal en positie van dip-schakelaars
De PCB in de buitenunit wordt bestuurd met 7 types dip-
schakelaars en 3 types drukschakelaars.
Positie van DIP-schakelaars voor
RAS-5~20FSN ; RAS-8~10FXN(E):
DSW3
Positie van DIP-schakelaars voor
RAS-24~30FSN ; RAS-16~30FXN::
DSW3
OPMERKING:
Het symbool “” geeft de positie van de dip-
schakelaars aan. De afbeeldingen tonen de instelling
vóór vervoer of na selectie.
Als u DSW4, 7 of 8 gebruikt, wordt de unit 10 tot 20
seconden nadat u de schakelaar hebt geactiveerd, in-
of uitgeschakeld.
Ó
LET OP:
Schakel de voedingsbron uit voordat u de positie van
de dip-schakelaars instelt. Als u de schakelaars
instelt terwijl de voedingsbron niet is uitgeschakeld,
zijn de instellingen niet geldig.
DSW1: instelling nummer van koelcyclus
De instelling is vereist indien de H-link wordt gebruikt.
Fabrieksinstelling is UIT. (koelmiddelcyclusnummer 0). Stel
binnen één koelcyclus een identiek koelcyclusnummer in
voor de binnen- en buitenunit, zoals hieronder wordt
weergegeven.
Cyclus nr. 0 1 2 3
Instelstand
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
Cyclus nr. 4 5 6 7
Instelstand
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
Cyclus nr. 8 9 10 11
Instelstand
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
Cyclus nr. 12 13 14 15
Instelstand
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
ON
1 2 3 4
Stroombedrading
Bedieningskabels
- Tussen Bin.U en Buit. U
- Tussen Buit U en Bin. U.
DC5V (Niet-polair)
Voedingskabel
Verbindingsgaten voo
bedrading
icht de ingang van de
geleidebuis hermetisch af
met bijv. stopverf
(bescherming tegen
vocht)
ardeklem
Klem of aardebedrading
Controleer of de
aardebedrading
aangesloten is
Kabelklem
(bevestigd op klepsteun)
Dicht de ingang van de
geleidebuis hermetisch af
met bijv. stopverf
(bescherming tegen vocht)
Stroombedrading
Bedieningskabels DC5V (niet-
polair)
- Tussen Bin.U. en Buit. U
- Tussen Buit. U en Bin U.