90
NL
Indicator Lights
button
green
orange
red
WERKING
LED-indicatoren op de batterij
(continue verlichting)
Batterijcapaciteit
4 LED's (2 groene) Volledig geladen
3 LED's (1 groen) ≥ 50%
2 LED's (oranje en rood) ≥25%
1 LED (alleen rood) < 25%. Opladen vereist.
■ LED-indicatoren batterij
De batterij is uitgerust met een laadniveau-indicatiepaneel dat de laadstatus aangeeft. Dit
laadniveau-indicatiepaneel bestaat uit 4 LED's op de batterij. Houd de laadindicatorknop van de
batterij ingedrukt om de laadniveau-indicator te activeren. De LED's op de laadniveau-indicator
gaan uit nadat je de knop hebt losgelaten. Het laadniveau van de accu kan worden gecontroleerd
wanneer de accu is geïnstalleerd op de maaier/lader of wanneer deze is verwijderd van de maaier/
lader.
Gebruik alleen de volgende door de fabrikant goedgekeurde batterijen: 24LB4005, 24LB4005-C,
24LB2004, 24LB2004-C.
Gebruik de lader niet als er een onderdeel ontbreekt of beschadigd is! Vervang de oplader door
een nieuwe. Het niet in acht nemen van deze waarschuwing kan ernstig letsel tot gevolg hebben.
Controleer de spanning! De spanning moet overeenkomen met de informatie op het typeplaatje.
WAARSCHUWING
Werking lader ((zie Fig. 18)
■ Lijn de batterijsleuf uit met de rail van de oplader. Schuif de batterij op de rail totdat deze
vastklikt (Afb. 18).
■ Sluit de lader aan op de voeding.
■ Wacht voldoende oplaadtijd (zie technische gegevens) en koppel de oplader vervolgens los van
de voeding.
■ Druk op de ontgrendelknop van de batterij en haal de batterij uit de oplader.
OPMERKING: Het is normaal dat de batterij en de oplader heet worden (maar niet verbranden)
tijdens het opladen. Als de batterij niet goed wordt opgeladen, controleer dan of het stopcontact
werkt. Laad de batterij altijd op voordat u deze opbergt!