91
NL
De intelligente oplader meet het oplaadniveau van de batterij en laadt de batterij op met de
vereiste stroom en spanning, afhankelijk van de temperatuur en spanning van de batterij, zodat de
batterij maximaal meegaat. Laad de batterij volledig op voordat je deze opbergt.
Een knipperend rood lampje op de acculader geeft aan dat de accutemperatuur buiten het
oplaadtemperatuurbereik van 4°C tot 40°C ligt. Zodra de toegestane temperatuur is bereikt, begint
de acculader automatisch met opladen.
Als het temperatuurbereik correct is en de rode LED blijft knipperen, verwijdert u de batterij en
plaatst u deze opnieuw. Als de LED-toestand zich een tweede keer voordoet, probeer dan een
andere identieke batterij op te laden. Als de batterij normaal wordt opgeladen, moet u de defecte
batterij weggooien (zie Recyclen en weggooien).
Als het knipperende rode lampje blijft branden nadat de tweede batterij is geplaatst (controleer of
de batterijtemperatuur normaal is), is de oplader mogelijk defect. Vervang deze door een nieuwe.
Na continu of herhaaldelijk ononderbroken opladen kan de acculader warm worden. Dit is normaal
en duidt niet op een technische fout van de acculader.
Symbool Controlelampjes Status
Rood,
knipperend
Laden onderbroken, zie
onderstaande instructies.
Rood, continu
Aangesloten op voeding (Stand-
by)
Groen, knippert Laden
Groen, continu Volledig geladen
De indicatielampjes op de lader geven de laadstatus aan:
WERKING