‑ 86 ‑NL
• Maak de klienband los en verwijder de bekleding van de stoel.
Om de bekleding opnieuw aan te brengen, herhaalt u de bovenstaande stappen in
omgekeerde volgorde.
MONTAGE IN HET VOERTUIG
A. MONTAGE DOOR MIDDEL VAN VEILIGHEIDSGORDELS
1. Achterwaarts gerichte montage, kinderbeveiligingssysteem (groep 0+, 0 - 13 kg).
• Zet het stoeltje op de bank van de auto.
•
Draai het stoeltje naar achteren in de rijrichng en druk de draaiknop van de basis
360° (M) in. (zie a. 13)
• Druk op de instelknop voor de stabilisaepoot (Y), trek de poot uit en stel de lengte
ervan in zodat deze in contact komt met de grond van het voertuig (de indicator wordt
groen wanneer de stabilisaepoot voldoende is uitgeschoven).
• Trek aan de autogordel.
•
Leid het schoudergordelgedeelte (D) door de blauw gemarkeerde schoudergordelgeleider (A).
•
Haal het heupgedeelte van de gordel door de blauw gemarkeerde heupgordelgeleider (P).
• Duw het stoeltje zo ver mogelijk in de bank van de auto. Trek de heupgordel naar de
gesp toe voor maximale spanning. Trek dan de schoudergordel aan om de rest van
de gordel aan te spannen. Zorg ervoor dat de gordels niet gedraaid zijn en houd het
stoeltje stevig vast.
• Plaats het kind in het autostoeltje en maak de veiligheidsgordels vast. (Zie a. 20)
Informae:
•
Voor kinderen van groep 0+ mag het kinderbeveiligingssysteem alleen achterwaarts
gericht worden geïnstalleerd, in de maximale hellingshoek (stand 5). Om er zeker van te zijn
dat het kinderstoeltje correct is geïnstalleerd, probeert u het voor gebruik te verplaatsen.
• Zorg ervoor dat de autogordel niet gedraaid is!
•
Zorg ervoor dat de gordels goed vastzien. Als ze zijn vastgezet, moet je een kenmerkende
“klik” horen. (Zie a. 20)
• Installeer het stoeltje niet op de voorstoel met het aceve veiligheidskussen.
2. Voorwaarts gerichte installae, kinderbeveiligingssysteem (groep I, 9 - 18 kg).
• Plaats het stoeltje voorwaarts gericht naar de rijrichng.
•
Draai het stoeltje naar voren in de rijrichng door de 360° (M) basisdraaiknop in te
drukken (zie a. 13).
• Druk op de instelknop voor de stabilisaepoot (Y), trek de poot uit en stel de lengte
ervan in zodat deze in contact komt met de grond van het voertuig (de indicator wordt
groen wanneer de stabilisaepoot voldoende is uitgeschoven).
• Trek aan de autogordel.