INSTALLATIE
MONTAGE
Aanbevolen wordt om de boiler te installeren in een ruimte
die voorzien is van een afwatering in de vloer.
De kopergevoerde boiler moet staand worden gemonteerd
en met de stelvoeten (UL1) kan de positie worden afgesteld.
Zorg er bij installatie voor dat er voldoende ruimte is vóór
de aansluitdoos om de thermostaat of het elektrische ver-
warmingselement te demonteren (ca. 400 mm).
Set met meegeleverd materiaal
Overstortventiel inbegrepen in
ES 160, ES 210, ES 300
Vermindering van
Ø 28 naar Ø 22 mm alleen inbegrepen in ES 300
LEIDINGEN INSTALLEREN
Voorzichtig!
Plaats de afdekschijven voordat de leidingen wor-
den geïnstalleerd.
Leidingen moeten volgens de geldende normen en richtlijnen
worden aangesloten.
De boiler is uitgerust met knelkoppelingen voor koperen of
kunststof leidingen. Gebruik interne steunhulzen als een
kunststof of roodkoperen leiding wordt aangesloten.
De ES 300 wordt geleverd met een reductiekit van Ø28 mm
naar Ø22 mm. Deze kan worden gebruikt als de boiler wordt
geïnstalleerd op een plek waar een Ø 22leiding al aanwezig
of vereist is.
Voorzie in een afvoerleiding voor de veiligheidsklep naar een
geschikte afvoer. De afvoerleiding moet minmaal dezelfde
diameter hebben als de veiligheidsklep. Fixeer de afvoerlei-
ding vanaf de veiligheidsklep over de gehele lengte schuin
omlaag en zorg ervoor dat deze vorstbestendig is. De uit-
stroomopening van de afvoerleiding moet zichtbaar zijn en
mag niet te dicht bij elektrische componenten worden ge-
plaatst.
Zorg ervoor dat ingaand water schoon is. Bij gebruik van
een eigen bron moet misschien een extra waterfilter worden
toegevoegd.
De volgende onderdelen moeten op de koudwaterleiding
worden aangesloten:
AfsluiterQM35
TerugslagklepRM1
Veiligheidsklep (A + B + 47 = KIWA-gekeurde inlaatcom-
binatie)
FL1
OnderdrukventielFL6
Mengklep (als de tapwatertemperatuur hoger wordt dan
60 °C)
FQ1
Als de boiler wordt geïnstalleerd zonder mengklep moet de
thermostaat zo worden ingesteld dat de tapwatertempera-
tuur maximaal 60 °C is. Als een hogere temperatuur is ver-
eist, moeten voor de toepassing de geldende richtlijnen
worden gevolgd.
Neem bij onzekerheid contact op met uw installateur of be-
kijk de geldende standaarden.
Vullen
De boiler moet eerst met water worden gevuld voordat de
stroom mag worden ingeschakeld. Voer het vullen als volgt
uit:
• Controleer of de veiligheidsklep (FL1) is gesloten.
• Controleer of de aftapkraan (QM3) is gesloten.
• Open de afsluitklep door de knop (QM35) linksom te
draaien.
• Ontlucht de boiler door een warmwaterkraan in het sys-
teem te openen. Draai de kraan dicht, zodra er alleen maar
water uit de kraan komt. De boiler is nu gevuld en de
stroom kan worden ingeschakeld.
Mengklep afstellen
Verhoog/verlaag de tapwatertemperatuur door de knop van
de mengklep (FQ1) links- of rechtsom te draaien. Instelbereik
ca. 40 – 65 °C.
35NIBE ES | NL