41
Batterij
Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, moet u de batterij volledig
opladen.
Opladen van de batterij
1. Sluit de camera aan op een computer of een USB-voeding
(5
V/1~2
A aanbevolen / niet inbegrepen).
2.
Het rode laadstatuslampje blijft knipperen terwijl de batterij wordt opgeladen.
3. Het rode laadstatuslampje zal continu branden wanneer de batterij volledig
is opgeladen.
De batterij vervangen
1. Gebruik de uitsparing op het deksel van het batterijcompartiment om het
batterijcompartiment te openen. Gebruik een vingernagel of een plat
voorwerp om het deksel op te tillen.
2. Plaats de batterij zo dat de contacten op één lijn staan met die van
de camera.
Aan de slag
Aanzetten
Houd de Aan-Uit/Modusknop 3 seconden lang ingedrukt. Wanneer de
camera is ingeschakeld, gaat de blauwe bedieningsindicator aan.
Uitschakelen
Houd de Aan-Uit/Modusknop 3 seconden lang ingedrukt.