ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
■ GEBRUIK UITSLUITEND RESERVEZAAGBLADEN
en kettingen met een lage terugslag die voor uw zaag
zijn voorgeschreven.
■ PROBEER DE aandrijfkop niet aan te passen voor
een beugelgeleider en gebruik de zaag niet om
hulpstukken of apparaten aan te drijven die niet
vermeld staan voor uw zaag.
■ BEWAAR DEZE HANDLEIDING. Raadpleeg deze
regelmatig en gebruik ze om andere gebruikers te
instrueren. Als u dit gereedschap aan iemand uitleent,
geef deze aanwijzingen er dan ook bij.
SPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
WAARSCHUWING
De waarschuwingen, stickers en aanwijzingen in dit
gedeelte van de gebruikershandleiding zijn voor uw
veiligheid. Het niet opvolgen van alle aanwijzingen
kan resulteren in ernstig lichamelijk letsel.
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN
■ ZAAG GEEN STENGELS en/of kleine struikge-
wassen (minder dan 76 mm (3”) in diameter).
■ HET OPPERVLAK VAN DE GELUIDSDEMPER IS
ZEER HEET tijdens en na het gebruik van de
kettingzaag, houd dus alle lichaamsdelen uit de buurt
van de geluidsdemper. Het aanraken van de
geluidsdemper kan resulteren in ernstige brandwonden.
■ ALTIJD DE KETTINGZAAG MET BEIDE HANDEN
VASTHOUDEN wanneer de motor draait. Zorg voor
een stevige grip waarbij duimen en vingers de
handgrepen van de kettingzaag omsluiten.
■ LAAT NOOIT IEMAND DE KETTINGZAAG
gebruiken die niet is onderwezen in het juiste gebruik.
Dit geldt zowel voor gehuurde zagen als eigen zagen.
■ VOORDAT U DE MOTOR START, dient u er zeker
van te zijn dat de ketting met geen enkel voorwerp
contact maakt.
■ GEBRUIK DE KETTINGZAAG alleen in goed
geventileerde ruimten.
JUISTE KLEDING VOOR VEILIGHEID
■ Draag nauwsluitende kleding. Draag altijd een lange,
stevige broek, laarzen en handschoenen. Draag geen
sieraden, korte broek, sandalen en loop niet op blote
voeten. Draag geen kleding die in de motor kan
worden getrokken of verstrikt kan raken in de ketting
of het struikgewas. Draag een overall, spijkerbroek of
een leren broek met snijbestendig materiaal of een
die snijbestendige inzetstukken bevat. Steek haar op
boven de schouders.
■ Draag veiligheidsschoeisel met antislipzolen en
handschoenen van zware kwaliteit om uw grip te
verbeteren en uw handen te beschermen.
■ Draag oog-, gehoor- en hoofdbescherming tijdens de
bediening van dit apparaat.
BIJTANKEN (NIET ROKEN!)
■ Om het risico op vuur en brandwonden te verkleinen,
dient u voorzichtig om te gaan met brandstof.
Het is licht ontvlambaar.
■ Meng en sla brandstof op in een container die
goedgekeurd is voor benzine.
■ Meng brandstof in de open lucht waar geen vonken of
vlammen zijn.
■ Ga naar een kale plek, stop de motor en laat de
motor afkoelen voordat u bijtankt.
■ Draai de brandstofdop voorzichtig open om de druk te
verminderen en om te voorkomen dat er brandstof
langs de dop ontsnapt.
■ Draai de brandstofdop stevig vast nadat u
hebt bijgetankt.
■ Veeg gemorste brandstof van het apparaat. Zorg voor
een afstand van minimaal 15 meter (50 ft) tot de
brandstoflocatie voordat u de motor start.
■ Probeer onder geen enkele omstandigheid gemorste
brandstof te verbranden.
BASISVOORZORGSMAATREGELEN IN HET
ZAAG/WERKTERREIN
■ Gebruik de kettingzaag niet in een boom.
■ Zaag niet vanaf een ladder, dit is buitengewoon
gevaarlijk.
■ Houd omstanders en dieren buiten het werkterrein.
Houd andere personen uit de buurt tijdens het starten
van of zagen met de kettingzaag.
OPMERKING: De omvang van het werkterrein is
afhankelijk van het werk dat wordt uitgevoerd, alsmede
het formaat van de desbetreffende boom of het
werkstuk. Voor het vellen van een boom is bijvoorbeeld
een veel groter werkterrein nodig dan voor andere
zaagwerkzaamheden (bijv. kortzagen enz.).
115
NL
F GB D
Nederlands
E I P S DK N FIN GR H CZ RUS RO PL