BEDIENING
WAARSCHUWING
TERUGSLAG vindt plaats wanneer de draaiende
ketting bij het bovenste gedeelte van de
zaagbladneus in contact komt met een voorwerp
of het hout de ketting in de zaagsnede afknelt.
Het contact met het bovenste gedeelte van de
zaagbladneus kan ertoe leiden dat de ketting
zich vastgrijpt in het voorwerp en de ketting
gedurende een moment stopt. Het resultaat is
een bliksemsnelle, achterwaartse reactie
waardoor het zaagblad omhoog en achterwaarts
in de richting van de gebruiker springt. Wanneer
de zaagketting aan de bovenzijde van het
zaagblad wordt afgekneld, kan het zaagblad
razendsnel in de richting van de gebruiker
worden bewogen. Door beide reacties kan men
de controle over de zaag verliezen wat kan
resulteren in ernstig letsel.
Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die
in uw zaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag
dient u diverse stappen te ondernemen om uw
zaagwerkzaamheden te vrijwaren van ongelukken of letsels.
TERUGSLAGVOORZORGSMAATREGELEN
(Afb. 4 en 5)
Draaiende terugslag (A) treedt op wanneer de bewegende
ketting in contact komt met een voorwerp in de
terugslaggevarenzone (B) van het zaagblad. Het resultaat
is een bliksemsnelle, achterwaartse reactie waardoor het
zaagblad omhoog en achterwaarts in de richting van de
gebruiker springt. Door deze reacties kan men de controle
verliezen wat kan resulteren in ernstig letsel.
BRANDSTOF EN BIJTANKEN
OP VEILIGE WIJZE OMGAAN MET BRANDSTOF
WAARSCHUWING
Altijd de motor uitschakelen voordat u tankt. Nooit
brandstof aan een apparaat toevoegen terwijl de
motor draait of heet is. Zorg voor een afstand van
minimaal 15 meter (50 ft) tot de brandstoflocatie
voordat u de motor start. NIET ROKEN! Het niet
opvolgen van deze waarschuwing kan resulteren
in mogelijk lichamelijk letsel.
WAARSCHUWING
Controleer op brandstoflekkages, mocht u lekkages
vinden, herstel deze dan voordat u de zaag gaat
gebruiken om vuur of brandwonden te voorkomen.
■ Ga altijd voorzichtig om met brandstof, het is zeer
brandbaar.
■ Altijd bijtanken in de openlucht en geen
brandstofdampen inademen.
■ Zorg ervoor dat benzine of olie niet in contact komt
met uw huid.
■ Houd benzine en olie uit de buurt van uw ogen.
Wanneer benzine of olie in contact komt met uw
ogen, meteen uitspoelen met schoon water. Als de
irritatie aanhoudt, onmiddellijk een dokter raadplegen.
■ Ruim gemorste brandstof onmiddellijk op.
BRANDSTOF MENGEN
■ Dit apparaat wordt aangedreven door een
tweetaktmotor en hiervoor moet vooraf benzine en
tweetaktolie worden gemengd. Meng vooraf ongelode
benzine en tweetaktmotorolie in een schone
container die goedgekeurd is voor benzine.
■ Deze motor is officieel geschikt verklaard voor het
gebruik van ongelode autobenzine met een
octaangetal van 87 ([R + M] /2) of hoger.
■ Gebruik nooit een voorgemengde benzine/olie-mix
van tankstations, waaronder de voorgemengde
benzine/olie-mix die bedoeld is voor gebruik in
bromfietsen, motorfietsen, enz.
■ Gebruik een zelfmengende tweetaktolie van
hoge kwaliteit voor luchtgekoelde motoren.
Gebruik geen olie voor automotoren of tweetaktolie
voor buitenboordmotoren.
■ Meng 2% olie door de benzine. Dat is een verhouding
van 50:1.
■ Meng de brandstof zorgvuldig en doe dit elke keer
voordat u bijtankt.
■ Meng kleine hoeveelheden. Meng niet meer dan
binnen een periode van 30 dagen kan worden
verbruikt. Wij adviseren het gebruik van een
tweetaktolie met een brandstofstabilisator.
DE TANK VULLEN (Afb. 6)
Raadpleeg “Specifieke veiligheidsvoorschriften –
Bijtanken” eerder in deze handleiding voor aanvullende
veiligheidsinformatie.
1. Maak het gebied rond de brandstofdop schoon om
vervuiling te voorkomen.
2. Draai de brandstofdop voorzichtig los.
118
NL
F GB D
Nederlands
E I P S DK N FIN GR H CZ RUS RO PL