ONDERHOUD
KETTINGONDERHOUD (Afb. 51 en 52)
LET OP
Controleer of de schakelaar in de STOP-stand
“ ” staat voordat u aan de zaag gaat werken.
Gebruik voor deze zaag uitsluitend een ketting met een
lage terugslag. Deze snelzagende ketting zorgt voor een
verlaging van de terugslag mits juist onderhouden.
Voor soepel en snel zagen dient u de ketting op juiste
wijze te onderhouden.
De ketting moet worden geslepen wanneer het zaagsel
fijn en poederig is, de ketting tijdens het zagen door het
hout moet worden geforceerd of de ketting naar één kant
zaagt. Tijdens het onderhoud van de ketting dient u het
volgende in acht te nemen:
■ Een onjuiste vijlhoek van de zijplaat kan het risico op
een terugslag vergroten.
■ Speling dieptestellernok (tanddiepte) (A):
1. Te laag vergroot het risico op terugslag.
2. Niet laag genoeg verlaagt het zaagvermogen.
■ Wanneer de tanden van de snijschakels harde
voorwerpen raken, zoals spijkers of stenen,
of afgesloten raken door modder of zand op het hout,
laat de Homeliteonderhoudsdealer de ketting
dan slijpen.
OPMERKING: Inspecteer het kettingwiel op slijtage
of schade wanneer de ketting (B) wordt vervangen.
Wanneer er tekenen van slijtage of schade
aanwezig zijn op de aangegeven gebieden, laat dan
het kettingwiel vervangen door een Homelite-
onderhoudsdealer.
DE SNIJSCHAKELS SLIJPEN (Afb. 53 - 56)
ONDERDELEN VAN EEN SNIJSCHAKEL
(A) Snijhoek (E) Uitsparing
(B) Zijplaat (F) Hak
(C) Tanddiepte (G) Klinknagelgat
(D) Teen (H) Bovenplaat
Zorg ervoor dat alle snijschakels in de opgegeven hoeken
zijn gevijld en op dezelfde lengte, omdat snel zagen
alleen mogelijk is wanneer alle snijschakels gelijk zijn.
1. Draag handschoenen voor bescherming.
2. Span de ketting voorafgaand aan het slijpen.
OPMERKING: Raadpleeg “Onderhoud – De
kettingspanning aanpassen” eerder in deze handleiding.
3. Gebruik een ronde vijl met een diameter van 4 mm
(5/32") en een houder. Vijl de schakels uitsluitend in
het midden van het zaagblad.
4. Houd de vijl evenwijdig aan de bovenplaat van de
snijschakel. Laat de vijl niet schuin omhoog of
omlaag bewegen.
5. Gebruik een lichte, maar stevige druk. Vijl in de
richting van de voorste hoek van de snijschakel.
6. Til de vijl weg van het staal bij elke beweging
achterwaarts.
7. Vijl elke tand met een aantal krachtige halen bij.
Vijl alle linkse snijschakels (A) in één richting.
Ga vervolgens naar de andere kant en vijl de rechtse
snijschakels (B) in de tegenoverliggende richting.
8. Verwijder het metaalvijlsel van de vijl met
een staalborstel.
LET OP
Een botte of onjuist geslepen ketting kan
resulteren in een te hoog motortoerental tijdens het
zagen, wat kan leiden tot ernstige motorschade.
WAARSCHUWING
Onjuist slijpen van de ketting vergroot het risico
op terugslag.
WAARSCHUWING
Nalatigheid bij het vervangen of repareren van een
beschadigde ketting kan resulteren in ernstig letsel.
WAARSCHUWING
De zaagketting is zeer scherp. Draag altijd
beschermende handschoenen tijdens het
uitvoeren van onderhoud aan de ketting.
VIJLHOEK BOVENPLAAT (Afb. 57)
■ (A) - JUIST 30° – vijlhouders zijn gemarkeerd met
geleidingsmerktekens om de vijl op de juiste wijze
uit te lijnen zodat de bovenplaat op juiste wijze
wordt geslepen.
■ (B) - MINDER DAN 30° – voor haaks op de
boomstam zagen.
■ (C) - MEER DAN 30° – afgeschuinde rand wordt
snel bot.
HOEK ZIJPLAAT (Afb. 58)
■ (D) - JUIST 80° – komt automatisch tot stand
wanneer u een vijl met de juiste diameter gebruikt in
de vijlhouder.
■ (E) - HAAK – “hapert” en wordt snel bot, verhoogt het
risico op TERUGSLAG. Is het gevolg van een vijl
met een te kleine diameter of een vijl die te laag
wordt gehouden.
126
NL
F GB D
Nederlands
E I P S DK N FIN GR H CZ RUS RO PL