129
Apparaat aanpassen aan ondergrond
5 Apparaat aanpassen aan ondergrond
1. Ervoor zorgen dat het apparaat uitgeschakeld is.
2. Borstels afhankelijk van de ondergrond aanbrengen of verwijderen:
– Als harde vloeren gereinigd moeten worden, ronde borstels aanbrengen (zie afbeelding).
– Als laagpolige tapijten gereinigd moeten worden, borstels verwijderen (zie afbeelding).
3. Alle 3 valsensoren tegelijkertijd in dezelfde stand brengen.
– Bij lichte vloeren en vlakke niveaus stand 0 tot 1.
– Bij donkere vloeren en hogere niveaus stand 2 tot 3.
TIP: Indien de valsensoren niet correct zijn ingesteld, brandt de led op de bovenzijde van het ap-
paraat.
TIP: Als de robot continu achteruit rijdt op donkere vloeren, instelling "3" selecteren.
RB7023.book Seite 129