218
NL
GEBRUIKSAANWIJZING · AIRCONDITIONING
1. Als het snoer beschadigd is, moet de fabrikant, de servicemonteur of een
soortgelijk gekwaliceerde persoon dit vervangen, om gevaarlijke situaties te
voorkomen.
2. Sluit de stroomdraad, de nuldraad en de aardedraad van de
wandcontactdoos correct aan.
3. Zorg ervoor dat de stroomvoorziening is afgesloten voordat u
werkzaamheden met betrekking tot elektriciteit en veiligheid uitvoert.
4. Zet de stroom niet aan voordat de installatie is voltooid.
5. De airconditioner is een eersteklas elektrisch apparaat. Het moet door een
vakman correct worden geaard met een gespecialiseerd aardingsapparaat.
Zorg ervoor dat hij altijd goed geaard is, anders kan het elektrische schokken
veroorzaken.
6. De aardingsweerstand moet voldoen aan de nationale voorschriften voor
elektrische veiligheid.
7. Het apparaat moet geïnstalleerd worden in overeenstemming met de
nationale bedradingsvoorschriften.
8. De geel-groene of groene draad in de airconditioner is een aardedraad en
kan niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
VOORBEREIDING VOOR DE INSTALLATIE
Opmerking: Controleer vóór de installatie of de accessoires aanwezig zijn.
Lijst met accessoires
Verbinding A Warmteafvoerleiding Achterste clip Kabelhaak
Buisklem Schroef Afvoerpijp Rubberen plug
Afvoeraansluiting Afstandsbediening Batterij (AAA 1,5 V) Gebruikershandleiding