80
DIAG+-modi
Tijdens de diagnose tijdens de motorstilstand onderhoudt het appa-
raat de elektrische voeding van de boordbatterij voor elektrische
verbruikers (motorkoeling, raammechanisme, boordelektronica, enz.)
tot 100 A. Het handhaaft een constante spanning van: - 12 V tot
14,8 V
Spanningsinstelling:
De batterijspanning kan in stappen van 0,1 V worden ingesteld
volgens de specicaties van de fabrikant.
Instellingen DIAG+-modus
12.0V
12.1V
...
14.8V
DIAG+
U=13.5V
12V
DIAG+
U=13.2V
12V
f Sluit de laadklemmen: rood (+) en zwart (-) aan op de batterij.
f Druk op de START/STOP-toets.
f De momenteel verbruikte stroom en de huidige spanning worden
weergegeven.
Start DIAG+-modus
DIAG+
U=13.5V
12V
I=12A
U=13.5V
DIAG+ 12V
VOORZICHTIG !
Als de weergegeven stroom hoger is dan 10A, is de
batterij ontladen. Het apparaat begint automatisch te
laden. Controleer of alle elektrische verbruikers in het
voertuig zijn uitgeschakeld. Wacht tot de stroomsterkte
lager is dan 10 A voordat u de diagnose stelt.
SHOWROOM-modus
Wanneer de motor stilstaat, maakt het apparaat het gebruik mogelijk
van elektrische verbruikers (motorkoeling, raammechanisme, boorde-
lektronica, enz.) met een constante stroom van maximaal 100 A bij
een instelbare spanning van: - 12 V tot 14,8 V.
Spanningsregelbereik:
Het is mogelijk om de batterijspanning in stappen van 0,1 V in te
stellen volgens de specicaties van de fabrikant.
Instellingen SHOWROOM-modus
12.0V
12.1V
...
14.8V
SHOWROOM
U=13.5V
12V
SHOWROOM
U=13.7V
12V
Eerste stappen
f Sluit de laadklemmen: rood (+) en zwart (-) aan op de batterij.
f Druk op de START/STOP-toets.
f De stroomopname en de momentele spanning worden weerge-
geven.
Start SHOWROOM-modus
SHOWROOM
U=13.5V
12V
I=12A
U=13.5V
SHOWROOM
12V
Aansluiting zonder batterij (niet aanbevolen):
f Het is mogelijk om het voertuig aan te drijven zonder batterij
door de START/STOP-knop gedurende drie seconden in te
drukken.
3 Het display toont No battery gedurende één seconde voordat
het voertuig van stroom wordt voorzien.