75
Technische gegevens
Art. 5952 000 160
Beschermingsgraad (EN 60529) IP 23 S
Isolatiestofklasse F
Koeltype F
Markering CE, S
Afmetingen (l x b x h) in mm 337 x 130 x 211
Gewicht 5,1 kg
Geluidsemissie dB(A) < 70
Netaansluitwaarden
Netspanning 230/1∼ V
Netfrequentie
50-60 Hz
Positieve nettolerantie 15%
Negatieve nettolerantie 40%
Stroomkabel
3 x 2,5 mm²
Stekker Randaarde
Stroomverbruik I
1
(100%/40 °C) 14,2 A
StroomverbruikI
1
(60%/40 °C) 15,6 A
Opgenomen stroom I
1
(max. stroom) 22,5 A
Netzekering 16 A
Arbeidsfactor I
2 max
0,99 cos ϕ
Max. toegestane netimpedantie Z
max
conform IEC 61000-3-11/-12
321 mΩ
Stroomverbruik S
1
(100%/40 °C) 3,3 kVA
Stroomverbruik S
1
(60%/40 °C) 3,6 kVA
Opgenomen vermogen S
1
(max. stroom)
5,2 kVA
Hoogste eectieve netstroom 8,1 I
1e
/A
Vermogensfactor λ bei l
2max
0,97
Lassen
Lasbereik TIG
(I
2min
- I
2max
/ U
2min
- U
2max
)
15 - 160 A /
10,6 - 16,4 V
Nullastspanning U
O
=U
S
: 70-98 V/DC
Nullastspanning U
r
(VRD) 13-15 V/DC
Lasbereik elektrode
(I
2min
- I
2max
/ U
2min
- U
2max
)
10 - 150 A /
20,4 - 26,0 V
Nullastspanning max. < 113 V
Vermogensinstelling traploos
Karakteristiek dalend
Lasstroom bij ID 100% 110 A
Lasstroom bij ID 60% 120 A
ID bij max. lasstroom
30 %
Voor het in gebruik nemen
Verwijderbare greep bevestigen (afb.I)
▸ Greep [1] vastklikken op het lasapparaat.
Transport
▸ Trek voor het transport de stekker uit het stopcon-
tact.
▸ Het apparaat aan de greep dragen.
Opstellen
▸ Plaats het apparaat veilig op een horizontaal,
droog vlak. Zorg dat de ventilatiesleuven van de
koelribben altijd vrij zijn.
Beknopte instructies
▸ Netstekker in het stopcontact steken.
▸ Werkstukleiding en elektrodehouder aansluiten op
de aansluitbussen [3] en [4]
Let op
De polariteit volgens de gegevens van
de elektrodefabrikant aanhouden (zie
ook elektrodelassen).
▸ Staafelektrode inspannen in de elektrodehouder.
▸ Installatie met hoofdschakelaar [6] inschakelen.
▸ Lasstroom met de draaiknop [10] instellen.
3 De installatie is klaar voor het lassen.
Aansluiten van de werkstuklei-
ding (afb. III)
▸ Zorg bij het kiezen van de werkplek dat de werk-
stukleiding en de massatang goed kunnen worden
bevestigd.
▸ De massatang moet goed geleidend op een blank
gedeelte van de lastafel, resp. het werkstuk zijn
bevestigd. De massatang moet zich in de directe
nabijheid van de laslocatie bevinden, zodat
de lasstroom niet zelf een terugweg zoekt via
machineonderdelen, kogellagers of elektrische
schakelingen.
Leg de massatang nooit op de lasinrichting,
resp. gases omdat anders de lasstroom via
de aardleider wordt geleid en deze dan kan
vernielen.
Sluit de massaklem stevig aan op de lastafel of
het werkstuk.