6.7 Verwarmingsfuncties
STANDAARD
Verwarmingsfunctie Toepassing
Grillen
Om dunne stukken voedsel te grillen en brood te roosteren.
Circulatiegrill
Voor het braden van grote stukken vlees of gevogelte met bot op één niveau. Voor
gratineren en bruinen.
Hetelucht
Bakken op maximaal drie rekstanden tegelijkertijd en voedsel drogen. Stel de tempe‐
ratuur 20 - 40 °C lager in dan voor Boven + onderwarmte.
Bevroren gerechten
Om kant-en-klaar-gerechten (bijv. patat, aardappelpartjes of loempia's) krokant te ma‐
ken.
Boven + onderwarmte
Voor het bakken en roosteren op één ovenniveau.
Pizza-functie
Voor het bakken van pizza. Voor intensieve bruining en een krokante bodem.
Onderwarmte
Voor het bakken van taarten met een krokante bodem en het bewaren van voedsel.
SPECIAAL
Verwarmingsfunctie Toepassing
Inmaken
Voor het inmaken van groenten (bijv. augurken).
Drogen
Om in plakjes gesneden fruit, groenten en champignons te drogen.
Yoghurtfunctie
Om yoghurt te maken. Het lampje in deze functie is uit.
NEDERLANDS 177