26
Kenmerken
Achterpaneel
1. Stroomingang: Gebruik de meegeleverde
kabel om deze ingang aan te sluiten op een
stopcontact. Controleer of de Aan/uit-
schakelaar op uit staat bij het aansluiten of
afkoppelen van de kabel.
2. Aan/uit-schakelaar: Gebruik deze schakelaar
om de luidspreker aan of uit te zetten.
Controleer of de Volumeknop op de laagste
stand staat (tegen de klok) voor u de
luidspreker aanzet.
3. Stroom-LED: Deze LED gaat branden wanneer
de luidspreker aan staat.
4. Koelopening: Houd de ruimte voor deze
opening vrij van obstakels. De ventilator achter
deze opening koelt de versterker af en
voorkomt oververhitting.
5. Volume: Draai aan deze knop om het
luidsprekervolume aan te passen.
6. Invoer: Gebruik een standaard XLR-kabel (niet
meegeleverd) om uw audiobron met deze
ingang te verbinden. Controleer of de
Invoerkeuzeschakelaar in de juiste stand
staat.
7. Invoerkeuzeschakelaar: Zet deze schakelaar
in de Line-stand wanneer u een audiobron
gebruikt die op lijnniveau is verbonden met de
Ingang. Zet deze schakelaar in Mic-stand bij
gebruik van een microfoon die met de Ingang is
verbonden.
8. Mix Out-uitgang: Gebruik een standaard XLR-
kabel (niet meegeleverd) om deze uitgang te
verbinden met de ingang van een andere
luidspreker (bv. een andere TX-luidspreker).
9. LED signaallimiet: Deze LED gaat branden
wanneer het audiosignaal dat wordt verzonden
naar de luidspreker wordt 'afgesneden' of
vervormd. Als deze LED frequent of gestaag
brandt, verlaag dan het volume van uw
audiobron.
10. Contour: Deze knop activeren (indrukken) om
de lage en hoge frequenties met +3 dB te
benadrukken. De schakelaar uitschakelen
(omhoog) voor een vlakkere respons bij
liveoptredens of voor maximaal
uitvoervermogen.
11. Aardingsschakelaar: Druk deze schakelaar in
om brom of lawaai te reduceren.
1
4
2
5
6
7
9
3
11
1