EasyManua.ls Logo

Chicco BELLAGIO - Page 56

Chicco BELLAGIO
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
56
57
teem voor het kind.
WAARSCHUWING: Gebruik de bumper bar nooit om het
product met het kind erin op te tillen.
DE RUGLEUNING AFSTELLEN
7. De rugleuning is verstelbaar in vier verschillende standen;
gebruik de hendel aan de achterkant van de rugleuning
van de wandelwagen om de leuning te verstellen (Fig. 7).
Kantel de rugleuning tot de gewenste stand is bereikt.
Zodra u de hendel heeft losgelaten, wordt de rugleuning
in de dichtstbijzijnde stand vergrendeld.
WAARSCHUWING: Met het gewicht van het kind kunnen
deze handelingen moeilijker zijn.
GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS
8. De wandelwagen is uitgerust met een veiligheidssy-
steem met vijf verankeringspunten bestaande uit twee
schouderriemen, een buikgordel en een tussenbeenstuk
met gesp. De meegeleverde gesp heeft een magneti-
sche sluiting (Afb. 8).
Op de rugleuning bevinden zich drie paar knoopsgaten
om de hoogte van de schouderbandjes aan te passen aan
de lichaamsbouw van het kind (Fig. 8A).
Plaats het kind in de wandelwagen en maak de gordel vast
door het schoudergordelslot (A) in van het heupgordelslot
(B) te steken (Afb. 8B). Doe dit voor beide gordels. Voeg ver-
volgens de twee onderdelen samen tot ze goed vastklikken
(Afb. 8C) en voltooi de sluiting van de gordels met de gesp
van het tussenbeenstuk (C) door deze aan de twee eerder
geassembleerde onderdelen te bevestigen (Afb. 8D). De
klikbevestiging is magnetisch. Stel vervolgens de schou-
derbanden af op de schouders van het kind (Afb. 8E). Om
de gordels te openen, drukt u op de twee toetsen aan de
zijkant van de gesp van het tussenbeenstuk en haalt u de
gordel los (Afb. 8F).
WAARSCHUWING: Voor gebruik met kinderen vanaf de
geboorte tot ongeveer 6 maanden, moeten de schouder-
bandjes in de onderste knoopsgaten worden gestoken
(Fig. 8A - n. 1); het kan nodig zijn de lengte van de gordels
in te korten om ze aan de lichaamsbouw van het kind aan
te passen.
Om de positie van de gordels op de rugleuning te veran-
deren, opent u de hoes via de rits aan de onderkant van de
rugleuning, gaat u naar achteren en haalt u de gesp door
de rugleuning om de gordels los te maken. (Fig. 8G). Voltooi
de handeling door de gesp in het gekozen gat te steken en
door de rugleuning te halen. Zodra dit is gebeurd, trekt u
stevig om de juiste positie van de gordels te controleren.
De gevoerde schouderbanden kunnen ook worden aange-
past (punt 9).
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de gordels altijd cor-
rect zijn vastgemaakt.
WAARSCHUWING: Om de veiligheid van uw kind te ga-
randeren moeten de veiligheidsgordels altijd worden ge-
bruikt. Om te controleren of de gordels goed zijn bevestigd,
trekt u hard aan het uiteinde van de gordels als het kind in
het stoeltje zit en is vastgezet.
KIT COMFORT
9. De Comfort-Kit bestaat uit 2 gewatteerde schouder-
beschermstukken en een tussenbeenstuk (Fig. 9). De
schouderbanden worden samengebonden door een lint
met een drukknop.
DE VOETENSTEUN AFSTELLEN
10. De voetensteun kan in twee standen worden afgesteld.
Gebruik de centrale hendel onder de voetensteun om
de voetensteun te verstellen (Afb. 10).
KAP
11. De wandelwagen is uitgerust met een zonne- en wind-
kap die in meerdere standen geplaatst kan worden.
Om de kap af te stellen, pakt u het midden vast en trekt/
duwt u. Om het beschermend oppervlak te vergroten,
opent u de ritssluiting op de kap en trekt u het extra stuk
stof open (Fig. 11). Door de stoen ap aan de bovenzijde
van de kap op te tillen (Fig. 11B), ziet u een net waardoor u
het kind kunt zien.
DE HANDGREEP AFSTELLEN
De wandelwagen heeft een op grond van de behoeften
van de gebruiker in hoogte verstelbare handgreep.
12. Druk op de toets in het midden van de greep (Afb. 12)
en trek de hendel naar u toe tot de gewenste positie.
Vanuit de laagste of gesloten positie kan de greep in
verschillende standen worden gezet (Afb. 12A).
Als u van de ene stand op de andere bent overgegaan,
controleert u of de automatische vergrendeling goed is
vergrendeld.
REM
13. De parkeerrem werkt tegelijkertijd op beide achterwie-
len van de wandelwagen. Duw de hendel omlaag om
het remsysteem in te schakelen (Afb. 13). Bedien de
hendel in de andere richting om de rem te deactiveren.
WAARSCHUWING: Gebruik altijd de rem als u stopt. Laat
de wandelwagen nooit met het kind erin op een helling
staan, ook al zijn de remmen geactiveerd.
WAARSCHUWING: Na de wandelwagen op de rem te
hebben gezet, verzekert u zich ervan dat de remmen goed
op beide achterwielgroepen geplaatst zijn.
ZWENKWIELEN
De wandelwagen is uitgerust met zwenkende/vaste voor-
wielen. Er wordt aangeraden om op bijzonder onregelma-
tig terrein de vaste wielen te gebruiken. De wielen op de
zwenkstand worden daarentegen aangeraden voor een
betere manoeuvreerbaarheid van de wandelwagen op
normale wegen.
14. Zet de hendel aan de voorkant van de wieleenheid om-
laag om de voorste zwenkwielen te blokkeren; duw de
hendel omhoog om ze te deblokkeren (Afb. 14).
Zorg ervoor dat beide voorwielen vast of zwenkbaar zijn.
DE WANDELWAGEN DICHTKLAPPEN
WAARSCHUWING: Let er bij deze handeling op dat het
kind en eventuele andere kinderen zich op een veilige af-
stand bevinden. Verzeker u er tijdens deze fase van dat de
bewegende delen van de wandelwagen niet in aanraking
komen met het lichaam van het kind.
WAARSCHUWING: De inhoud moet uit de boodschap-
penmand worden gehaald, voordat u de wandelwagen
sluit.
15. De wandelwagen kan worden dichtgeklapt met en zon-
der de zitting (in beide gebruiksconguraties: naar de
ouder/naar de straat gericht).
Om de wandelwagen te sluiten, zet u de hoogte van de

Related product manuals