68
STORINGEN OORZAKEN OPLOSSINGEN
De hogedrukreiniger komt
tijdens de functionering tot
stilstand.
De veiligheidsinrichting
van de installatie waar
de hogedrukreiniger
op is aangesloten heeft
ingegrepen (zekering,
dierentieelschakelaar, enz.).
Herstel de veiligheidsinrichting.
DE HOGEDRUKREINIGER NIET GEBRUIKEN
ALS DE VEILIGHEIDSINRICHTING
WEDEROM INGRIJPT EN CONTACT
OPNEMEN MET EEN SPECIALISEERDE
TECHNICUS.
De thermische of
ampèrometrische beveiliging
heeft ingegrepen.
Neem de aanwijzingen in acht van de
paragraaf “Veiligheidsinrichtingen”.
De hogedrukreiniger
verricht een automatische
herstart na de Total Stop
(1001-1251-1501).
Het toevoercircuit lekt en/of
druppelt.
Controleren of het toevoercircuit heel is.
De motor zoemt maar
loopt niet als aan de
hoofdschakelaar (1) wordt
gedraaid terwijl de knop(21)
(XTREME) wordt ingedrukt.
De elektrische installatie
ongeschikt.
Controleren of de voorschriften voor
de aansluiting op het elektriciteitsnet
zijn nageleefd (zie de handleiding -
veiligheidsmededelingen) en raadpleeg
met name de paragraaf “Installatie”.