97
NEDERLANDS
1. Maak de afschuinvergrendeling
31
los en verplaats de zaag naar
wens naar links of naar rechts. De langsgeleiding
11
moet worden
verplaatst zodat er ruimte ontstaat. Zet de afstellingsknop van de
langsgeleiding
10
vast wanneer u de langsgeleidingen op hun plaats
hebtgezet.
2. Zet de afschuinvergrendeling stevigvast.
Wanneer u bepaalde extreme hoeken wilt slagen, zult u de linker of
rechter langsgeleiding misschien moeten verwijderen. Raadpleeg
Aanpassing van de langsgeleiding in het hoofdstuk Aanpassingen voor
belangrijke informatie over het aanpassen van de langsgeleidingen voor
bepaaldeafschuinzaagsneden.
U kunt de linker of rechter langsgeleiding verwijderen door de
afstellingsknop
10
enkele slagen los te draaien en de langsgeleiding naar
buiten teschuiven. Het koord
36
voor de langsgeleiding voorkomt dat de
langsgeleiding geheel van de zaag wordt verwijderd en kwijt raakt. Zet de
langsgeleiding weer terug, wanneer de werkzaamheden van het afschuinen
zijn voltooid.
Kwaliteit van de zaagsnede
De gelijkmatigheid van zaagsneden hangt af van een aantal variabelen,
zoals het materiaal dat wordt gezaagd, het type zaagblad, de scherpte van
het zaagblad en dezaagsnelheid.
Wanneer een zo gelijkmatig mogelijke zaagsnede is vereist, voor mallen en
ander precisiewerk, zullen een scherp zaagblad (60-tands carbide) en een
langzamere, gelijkmatige zaagsnelheid de gewenste resultatengeven.
WAARSCHUWING: Zorg er voor dat het materiaal tijdens het zagen
niet kruipt; maak het stevig vast. Laat de zaagarm pas omhoogkomen
als het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Als aan de
achterkant toch kleine splinters ontstaan, plak dan een stuk crêpe-
plakband op de plaats waar de zaagsnede zal worden gemaakt. Zaag
door het crêpe-plakband en verwijder het voorzichtig na hetzagen.
Frezen (Groeven zagen en rabatzagen)
Uw zaag is voorzien van een groevenstop
28
, diepteafstellingsschroef
27
en vleugelmoer
26
voor het zagen van groeven. De instructies in de
hoofdstukken Afkorten, Schuin afkorten en Samengesteld verstekzagen
zijn geschreven voor zaagsneden door de volledige dikte van het materiaal.
De zaag kan ook worden gebruikt voor freeswerkzaamheden zoals het
frezen van groeven of sponningen in hetmateriaal.
Groeven zagen (Afb. A1, A2)
Raadpleeg Groevenstop voor gedetailleerde instructies voor het instellen
van de diepte van de zaagsnede. U kunt het beste met behulp van een stuk
afvalhout de gewenste diepte van de zaagsnedebepalen.
1. Houd het hout vlak tegen de tafel en tegen de langsgeleiding
11
.
Lijn het zaaggebied uit onder het zaagblad. Plaats de zaagarm geheel
naar voren, met het zaagblad omlaag. Schakel de zaag in door de aan/
uit-schakelaar
22
in te knijpen, zoals wordt getoond in Afbeelding A2.
Duw in een gelijkmatige beweging de zaagarm naar achteren en zaag
een groef door het werkstuk.
2. Laat de aan/uit-schakelaar los terwijl de arm nog omlaag is. Breng
de zaagarm omhoog wanneer het zaagblad geheel tot stilstand is
gekomen. Haal altijd de arm pas omhoog wanneer het zaagblad
volledig tot stilstand isgekomen.
3. U kunt de groef breder maken door de stappen 1–2 te herhalen tot de
gewenste breedte isontstaan.
Het werkstuk vastklemmen (Afb. B)
WAARSCHUWING: Een werkstuk dat voor een zaagsnede is
vastgeklemd, uitgebalanceerd en bevestigd, kan uit balans raken
wanneer de zaagsnede is voltooid. Een niet-uitgebalanceerde
belasting kan de zaag of alles waar de zaag op is bevestigd, zoals
een tafel of een werkbank, doen kantelen. Ondersteun, wanneer u
een zaagsnede maakt die het werkstuk uit de balans kan brengen,
het werkstuk goed en zorg ervoor dat de zaag stevig met bouten is
vastgezet op een stabiel oppervlak. Persoonlijk letsel kan het
gevolgzijn.
WAARSCHUWING: De klemvoet moet steeds boven de grondplaat
van de zaag vastgeklemd blijven, wanneer de klem wordt gebruikt.
Klem het werkstuk altijd vast op de grondplaat van de zaag – niet op
een andere onderdeel van het werkgebied. Controleer dat de klemvoet
niet op de rand van de grondplaat van der zaag isgeklemd.
VOORZICHTIG: Zorg er met behulp van een werkklem altijd voor dat
u de controle behoudt en beperk zo het risico van persoonlijk letsel en
beschadiging van hetwerkstuk.
Gebruik de materiaalklem
37
die bij uw zaag wordt geleverd. De linkse
en rechtse langsgeleiding schuiven langs en kunnen helpen bij het
vastklemmen. Andere hulpmiddelen zoals veerklemmen, lijmklemmen of
klemschroeven kunnen waarschijnlijk goed van pas komen bij materiaal van
bepaalde afmetingen en vormen
Klem plaatsen
1. Steek de klem in het gat achter de langsgeleiding. De klem moet naar
de achterzijde van de verstekzaag wijzen. De groef op de klemstang
moet geheel in de grondplaat worden gestoken. Controleer dat deze
groef volledig in de grondplaat van de verstekzaag is gestoken. Als de
groef zichtbaar is, zit de klem niet goedvast.
2. Draai de klem 180° naar de voorzijde van deverstekzaag.
3. Draai de knop los zodat u de klem omhoog en omlaag kunt aanpassen,
stel vervolgens de klem nauwkeurig af op het werkstuk door middel van
defijnafstellingsknop.
OPMERKING: Plaats de klem op de tegenovergestelde zijde van de
grondplaat bij het schuin afzagen. PROBEER ALTIJD EERST ZAAGSNEDEN UIT
(ZAAG UITGESCHAKELD) VOORDAT U ZE UITVOERT, ZODAT U HET PAD VAN
HET ZAAGBLAD KUNT CONTROLEREN. CONTROLEER DAT DE KLEM NIET DE
WERKING VAN DE ZAAG OF DE BESCHERMKAPVERHINDERT.
Ondersteuning voor lange stukken (Afb. D)
ONDERSTEUNING LANGE STUKKENALTIJD.
Gebruik voor de beste resultaten de schraag DE7023-XJ of DE7033
39
voor het uitbreiden van de breedte van uw zaagtafel. Ondersteun lange
werkstukken op allerlei geschikte manieren, zoals zaagbokken of dergelijke,
zodat afgezaagde gedeelten niet kunnenvallen.
Het zagen van schilderijlijsten, kleine vitrines en
andere vierzijdige elementen (Afb. Q, R)
Begin met het uitvoeren van enkele eenvoudige projecten met afvalhout,
zodat u het werken met de zaag “in uw vingers krijgt”. Uw zaag is het
perfecte gereedschap voor verstekzagen van hoeken, zoals AfbeeldingQ
laatzien.
Tekening 1 in AfbeeldingR toont een verbinding die is gemaakt met de
methode voor het aanpassen van de afschuinhoek. De verbinding kan
worden gemaakt met een van beidemethoden.
• Aanpassing van de afschuinhoek:
- De afschuinhoek voor de twee platen wordt voor elk afgesteld op
45°, waardoor een hoek van 90°ontstaat.
- De verstekarm wordt vergrendeld in de nulpositie en de
afschuinafstelling wordt vergrendeld op 45°.
- Het hout wordt met de brede vlakke zijde tegen de tafel geplaatst
en de smalle zijde tegen delangsgeleiding.
• Aanpassing van het verstek gebruiken:
- Dezelfde zaagsnede kan worden gemaakt door links en rechts
verstek te zagen met de brede zijde tegen delangsgeleiding.
Sierlijsten en andere lijsten zagen (Afb. R)
Tekening 2 in AfbeeldingR toont een verbinding die is gemaakt door de
verstekarm op 45° te plaatsen en de twee platen in verstek te zagen zodat
een hoek van 90° ontstaat. U kunt dit type verbinding maken door de
afschuinaanpassing op nul te stellen en de verstekarm op 45°. Plaats het
hout weer met de brede vlakke zijde op de tafel en met de smalle zijde
tegen delangsgeleiding.
De twee tekeningen in AfbeeldingR zijn alleen voor vierzijdige objecten.
Als het aantal zijden verandert, veranderen ook de verstekhoeken en de