NL 40
Functieoverzicht
Knop Functie
Knop
(20 of 24)
Apparaat in- en uitschakelen (stand-by)
Knop
(21) / Knop Lamp (25)
Leds in- / uitschakelen of kleur
van de leds veranderen
Knop
(22) / Knop Humidifi er (26)
Activeren / deactiveren
van luchtbevochtiger
Knop
(23) / Knop Speed (27)
Instellen van de ventilatorsnelheid
• De respectievelijke controlelampjes (15 – 17) geven aan welke functies actief zijn.
• Druk herhaaldelijk op de knop
op het bedieningspaneel (3) of de knop Lamp op
de afstandsbediening om de kleur van de ledverlichting te veranderen (2). De opties
kunnen in de volgende volgorde worden ingesteld: Rood (Aan) – Groen – Blauw –
Lichtgroen – Lichtblauw – Turkoois – Purper – Kleurverandering – Uit
• Wanneer de luchtbevochtiger wordt geactiveerd, komt er stoom vrij via de dampo-
pening (1) zolang er zich water in het waterreservoir bevindt (10). De uitvoer kan op
elk moment worden gestopt door op de knop
op het bedieningspaneel of de knop
Humidifi er op de afstandsbediening te drukken. Opgelet: Als het controlelampje
(16) knippert, is het waterreservoir (10) leeg en moet het worden bijgevuld.
• Het apparaat heeft drie verschillende snelheidsniveaus van de ventilator. Druk
meerdere malen op de knop
op het bedieningspaneel of de knop Speed op de
afstandsbediening om tussen de instelopties te schakelen. De opties kunnen in de
volgende volgorde worden ingesteld: HI (High) – MED (Medium) – LO (Low)
Vóór het eerste gebruik
• Verwijder vóór het eerste gebruik al het verpakkingsmateriaal en eventueel aanwe-
zige etiketten die zich op het apparaat bevinden en voor de transportbeveiliging of
voor reclame zijn bedoeld. Verwijder nooit het typeplaatje en eventuele waar-
schuwingen!
• Plaats de batterijen in de afstandsbediening (zie hoofdstuk “Plaatsen / vervangen
van de batterijen in de afstandsbediening”).
Plaatsen / vervangen van de batterijen in de
afstandsbediening
Voordat u de batterijen plaatst, moet u controleren of de contacten in de afstandsbediening
en van de batterijen schoon zijn en eventueel moeten worden gereinigd.
1. Schuif het klepje van het batterijvak in de richting van de pijl en open het batterijvak.
2. Verwijder zo nodig de oude batterijen en vervang ze door twee nieuwe batterijen
(1,5 V, type AAA). Let op de juiste polariteit (+ / –).
3. Plaats het klepje van het batterijvak en schuif het in de tegenovergestelde richting
van de pijl. Het moet hoorbaar op zijn plaats klikken.
Als de afstandsbediening niet meer correct werkt, vervangt u de batterijen.